vrijdag 25 februari 2011

Dear diary (…) als ik later groot ben wil ik een huis, met schoorsteen

“We speelden ooit verstoppertje
in de pauze op het plein
we hadden grote dromen
want we waren toen nog klein

de ene werd een voetballer
de ander werd een held
we geloofden in de toekomst
want de meester had verteld

jullie kunnen alles worden
als je maar je huiswerk kent
maar je moet geduldig wachten
tot je later groter bent (…)”
(Stef Bos: Is dit nu later)


Terwijl ik op mn fiets terug van het project en een beetje zat te dagdromen luisterde ik dit nummer. De gesprekken van afgelopen week stonden in het teken van toekomstdromen en het al dan niet kunnen verwezenlijken daarvan. Afgelopen week zat ik op een stoepje wat gedachten op te schrijven en opeens kwamen er een aantal meisjes naar me toe: “Jy is altijd aan die skryf, skryf, skryf” en vroegen of ze mijn journal mochten zien. Dat mocht, op één voorwaarde, dat zij morgen hun dagboeken zouden meenemen. Ik had geen idee of ze die überhaupt zouden hebben, maar de volgende dag kwamen ze met een verzameling aan dagboeken naar me toe : )

“My name is J. I’m 14 years old, I live in the location Pellsrus in Jeffreys Bay, it is my dream to become a moviestar and marry Justin Bieber (…) and go away and when I come back, I’m going to help the people here.” Maar haar allergrootste droom: “I want to go to Disney world.” Vond het wel een treffende uitspraak. Haar droom is een sprookje, een attractiepark ter ontvluchting van de realiteit? De meisjes noemen zichzelf ook wel ‘New York dreamers’, een passende samenvatting na het inkijken van hun dagboeken (wat is er zo leuk aan Justin Bieber?…) Maar in schril contrast met al deze plaatjes van popsterren en rozegekleurde stickers staan de ‘gebeurtenissen’ van de dag: “Today was not a nice day. My father was home but drunk again. He is not like a normal father, how a father should be. He was very angry and sometimes I don’t know what to do.” (…)

Hun dagboek kan gezien worden als zowel een autobiografie, het zichzelf op de kaart zetten, als ook een strategie om hun levensverhaal mooier maken: het verzamelen van plaatjes en het versieren van de realiteit waarin ze leven. In hun dagboek hielden ze ook een verzameling bij van brieven die ze van vriendinnen hadden gekregen, hoe meer briefjes hoe populairder en belangrijker je was. Zo zie je maar, facebook is eigenlijk helemaal geen nieuwe uitvinding. Doen we hier eigenlijk niks anders? Ons leven een beetje versieren en mooier maken dan het soms is, ‘briefjes’ verzamelen en hieraan onze belangrijkheid afmeten? Met als verschil dat deze meisjes met 5 of 6 of 7 of 8 of meer, familieleden in een shack wonen, net iets kleiner dan de gemiddelde studentenkamer en er per persoon soms meer wordt gedronken dan de gemiddelde student. De vader is vaak afwezig, aan het werk, op zoek naar werk, doen alsof hij aan het werk is, of ‘fixing things’ (wat dit dan ook mag inhouden).

Dat is iets wat me hier opvalt, raakt en soms boos maakt. De mannen, die vaak weglopen van alles waar ze mede verantwoordelijk voor zouden zijn. Je wil het niet normaal gaan vinden maar vreemdgaan en bedriegen lijkt bijna de norm te zijn. Net een kopje koffie gedronken met de schoonmaakster van mn onderbuurvrouw. Een Xosa vrouw in de eind twintig, ze heeft een enorme buik (one month to go) en een husband die aan het ‘around sleepen’ is. Met een enorme glimlach op haar gezicht probeerde ze er nog een soort van grapje van te maken “lucky for her I’m pregnant, otherwise, oesh I had beaten her”. Maar het is wel zij die uiteindelijk een nieuw huis moet zoeken en voor het kind moet zorgen, terwijl hij zn gang kan gaan. Vrijheid lijkt voor de mannen hier belangrijk te zijn. Waar de meisjes ‘thuis’ met de gevolgen zitten van deze vrijheid, terwijl de mannen vaak wat rondhangen op straat.

Maar toen de jongens als opdracht hun droom op papier moesten zetten, tekende een jongen een huis. Niet zomaar een huis, maar een huis met een lange oprijlaan, een oprijlaan waardoor je je welkom voelde. Een huis met een dak, en niet zomaar een dak, een dak met een schoorsteen. Een schoorsteen waar rook uitkwam. Het was niet zomaar een huis, maar een thuis met gezelligheid en de warmte van een haardvuur. Waar de jongens soms grenzeloos zijn in hun vragen stellen en opmerkingen maken over je vrouw-zijn, raakte deze tekening me en deed het me anders naar de jongens kijken. Hun droom heeft van alles te maken met waar zij nu niet zijn, terwijl ze wel willen.
De toekomstdromen van de jongens hebben vooral te maken met een thuis en gezien en gehoord worden en ergens bijhoren. Rapper, zanger, schrijver of advocaat, het maakt niet precies uit wat, maar hun verhaal moest gehoord worden. Ook komen we in veel gesprekken terug over het hebben van een identiteitsbewijs. Voor ons iets vanzelfsprekends, maar voor veel mensen hier niet, terwijl het woord op zich al het belang laat inzien. Een voorwaarde en bewijs om te bestaan, om ergens bij te horen.

Voor een andere jongen was ‘soccer’ een grote droom. Hij kon zich de worldcup nog goed herinneren en tekende een voetbalveld met zichzelf erop. Maar als ik verder vraag krast hij het door, verscheurt het blaadje en gooit het weg. Is dit symbolisch voor de beloofde hoop van het WK? Een opgepropt briefje in een hoek waar niemand meer naar kijkt? Als het aan Billy (de organisator van voetbalprojecten in townships tijdens het WK) ligt niet. Voor hem was niet alleen het WK geslaagd, maar Zuid-Afrika hiermee ook. We moeten nu alleen een beetje geduld hebben. Geef het de tijd. Het WK zal symbool staan voor de toekomst die gaat komen. De jongeren moeten weer gaan geloven in hun dromen: “Believe to achieve”, dat moet het motto worden van het nieuwe Zuid-Afrika, aldus Billy.

Wat betekent vrijheid hier? De straatjongens hebben geen regels, hun cultuur is vrijheid. Vaak één van de redenen waarom ze ‘kiezen’ om op straat te leven. Maar hoe vrij is deze keuze? Ik denk niet dat deze jongens weggegaan zijn van een huis met een oprijlaan en een schoorsteen waar rook uitkwam. Kan je pas echte vrijheid hebben als je eerst de veiligheid hebt van een thuis?

Ook persoonlijk ontdek ik hier weer opnieuw iets over vrijheid na een spontane picknick bij Colleen. Zij was de stad en het gehaaste leven zat en verhuisd naar een cottage in de middle of nowhere. Inclusief een privé-meer en ochtendwandelingen in de bergen zover je kan kijken (en inclusief geen bereik, in welke vorm dan ook). Achteraf bleek deze picknick haar verjaardagsfeestje te zijn, ze had hier niks over gezegd omdat ze geen zin had in mensen die zich dan verplicht zouden voelen om te komen en ‘crappy presents’ zouden kopen : ) Deze picknick zette me even stil bij alles wat ik hier mag beleven.

Een week vol met zon, voetballen met de straatjongens op het strand, het geven van een soort van ‘theaterlessen’ aan de kinderen (zet een hoed op en alle schaamte is weg), mooie gesprekken met de medewerkers en kinderen hier, steeds beter semi-Afrikaans leren praten (Nederlands met een Belgisch accent zonder werkwoorden te vervoegen) het les krijgen in het maken van pap en Zuid-Afrikaanse lunch, ijskoffie op terrasjes, uitwaaien op het strand, aangehouden door de politie voor mn 'afwijking' naar rechts:) rare beesten in je huis en een safaritocht in vooruitzicht! Voor nu wil ik afsluiten met iets wat ik van een heel leuk persoon doorgestuurd kreeg en me stilzette bij les nr 3 van deze week: In plaats van alleen maar dromen over ‘later’ meer genieten van ‘nu’ : )

Ik ben soms te blind om te zien wat ik heb
"Verdwaal soms nog steeds ook al ken ik de weg
En ik ben vrij als een vogel die de storm heeft overleeft
Met de wind in de rug en ik klaag soms nog steeds
Maar ik ben gelukkig ook al zie ik het niet
Te veel ontevreden met alles te weinig tevreden met niets."
(Stef Bos – Gelukkig)

dinsdag 15 februari 2011

Over ‘thuis’ en ‘moe nie worrie nie’

“If you have a home, go home. If you don’t have a home, you have a problem”, aldus één van de straatjongens. In een notendop zijn ‘probleem’. Het lijkt een nogal simpele constatering, maar voor hem schuilt er een enorme complexiteit achter dit ene zinnetje. Letterlijk gevlucht van ‘huis’ op zoek naar een beter ‘thuis’ in Jeffreys Bay. Maar door teleurstellingen figuurlijk aan het vluchten in de drugs om even weg te zijn uit hun nieuwe ‘thuis’, de straat en alles wat daarbij hoort.

“Jy moet wel gek in jou kop wees,” verbaasd over het feit dat ik mijn huis en alles wat daarbij hoort even achter me laat. Voor mij krijgt ‘thuis’ hier dan ook een nieuwe betekenis. Je gaat pas echt merken wat een thuis voor je betekent en het extra waarderen als je hier even weg van bent. Toch voelt het ook confronterend als S. heel duidelijk zegt, “if you have a home, go home” en ik zit hier, naast dat ik meewerk aan het project, ook een beetje de toerist uit te hangen en mijn onderzoek uit te voeren, terwijl ik weet dat ik over drie maanden weer naar een huis terug kan keren. Maar ja, voorlopig wil ik graag “ 'n bietjie gek in my kop sy” en nog een poosje weg blijven van ‘thuis’.

Die jongens zijn enorm verhard en ik weet half niet wat ze allemaal uitvreten, maar ergens vind ik ze ook grappig en (misschien ben ik nu heel naïef) zijn het gewoon goede gasten die té veel hebben meegemaakt. Wanneer S. een relaas houdt over zijn leven op de straat en zijn gedachten over de mensen van Zuid-Afrika zegt hij ook het volgende: “on one day, I will buy a flower ánd a present, and I give it to a nice woman. But not now, you know, I smoke… People think I’m stupid, oh he lives on the street, so he stinks and is stupid, but I’m not.” En vervolgens gaat hij verder met een interessante definitie van slim en dom: “Kijk, je hebt domme mensen en je hebt slimme mensen. Domme mensen slapen onder een boom en de slimme mensen onder een zak, maar ook sommige domme mensen, die dan ín een zak gaan slapen en stikken.” (…) Hoewel er vast een heleboel onzin zat in zijn relaas van ongeveer een half uur, klonk er in door dat hij droomt over een betere toekomst en een thuis, maar gewoon te verslaafd is om er écht uit te komen. Ik ben benieuwd naar de komende tijd en wat ik van hen kan leren.

Verder zou ik één keer per week gaan meehelpen met het uitdelen van eten in de townships. Vanuit een grote witte BMW werd er eten (de overdatum left-overs van supermarkten) afgedropt bij kwetsbare families in de community. Het voelde een beetje ongemakkelijk, continuering van apartheid, maar ergens was het een interessante ervaring om zo ook de visie van de blanke Afrikaners te horen en zien. Deze townships in Jeffreys Bay bestaan uit duizenden ‘Mandela huisjes’ die er van de buitenkant redelijk mooi uit zien, waardoor je op het eerste gezicht kan denken dat ‘zij het nog helemaal zo slecht niet hebben’, maar van binnen speelt zich letterlijk en figuurlijk de ellende af. Achter alle Mandela huisjes staan duizenden shacks, die je (per stuk) voor 400 Rand per maand kan huren. Symbolisch voor de regenboognatie en hoopvolle verhalen rondom het WK, maar wat is er van over gebleven? Een ‘schone schijn’ van mooie huisjes met verborgen in de ‘achtertuin’ duizenden krotten. Wees creatief met afval en bouw je eigen shack, voor slechts 400 Rand per maand, extra uitdaging, zonder water en met lekkage…

Waarschijnlijk ga ik zelf meer leren dan dat ik kan toevoegen en ontdek ook weer opnieuw dat het om het kleine zal gaan. En les 2 voor deze week, een uitspraak die je hier vaak tegenkomt: “Moe nie worrie nie”, het leven nemen zoals het komt en niet te veel zorgen maken. Het-komt-wel-goed. Ook met de tijd nemen ze het niet zo nauw. Now now = misschien nu, maar kan ook over een paar uur zijn, of morgen, of gewoon niet : ) Verder heb ik een record verbroken met kleine kinderen die op je schoot zitten terwijl je een film kijkt, teamwork in de praktijk gebracht na een Afrikaanse overstroming op het project en geniet ik van zon/zee/strand, sterren kijken vanaf mijn balkon, het leven hier in Jeffreys Bay en de vrijwilligers, kinderen en jongeren bij het Joshua project. Ja, ik voel me hier steeds een beetje meer thuis!

“The future belongs to those who believe in the beauty of their dreams(?)”

maandag 7 februari 2011

déjà vu en op mn fiets langs de palmbomen

Ja, daar zit je dan opeens in Zuid-Afrika. Weer terug maar ook weer niet. Hoewel ik hier minder dan een jaar geleden nog was, lijkt het alsof ik in een totaal ander land zit. Toch heb ik het gevoel alsof ik weer een beetje thuis ben. De geur van oploskoffie, smaak van mango’s, de zon die schijnt, de kleverige rijstachtige pap met bonen, de mensen die langs de weg lopen en de enorm rare verdelingen in dit land, tussen zwart en wit, krot en villa, arm en rijk. Wil de echte Zuid-Afrikaan opstaan?

Na een mooi afscheid op Schiphol besefte ik me weer even iets meer dat ik dus echt weg zou gaan. Veel tijd om na te denken in het vliegtuig had ik niet, want Airfrance had besloten om mij, ongeveer 1.60m, vier stoelen voor mezelf te geven, waardoor ik de hele vliegreis heb geslapen (en de mensen die mij een béétje kennen weten dat dit best bijzonder is: ) ) Met mn slaaphoofd kwam ik aan in Johannesburg en terwijl ik in mn chillmodus door de douane aan het gaan was, kreeg ik opeens een helder moment dat de klok een uur vooruit was gegaan en dat ik volgens mijn ticket nog 3 minuten had om mn vliegtuig richting Port Elizabeth te halen. Onmogelijk dus. Veel tijd om in paniek te raken had ik niet want mr. medewerker-op-vliegveld-johannesburg-you-can-call-me-stephen heeft er, gecombineerd met mijn waarschijnlijk nogal wanhopige blik, voor gezorgd dat ik alsnog op het geplande tijdstip in Port Elizabeth aankwam.

Uiteindelijk in Jeffreys Bay (na een autoritje met palmbomen langs de weg alsof het de normaalste zaak van de wereld was) werd ik door mijn nieuwe huisgenootjes verwelkomd met fijne maaltijd en daar zat ik dan opeens. Van een leven waarin ongeveer elk gaatje vol gepland was naar een nogal lege agenda. Van een omgeving waarbinnen ik in nog geen kilometer afstand verwijderd was van lieve vrienden naar een afstand van ongeveer 9725 kilometer. Van de universiteitsbibliotheek en het schrijven van mooie wetenschappelijke woorden naar een plaats waar deze woorden opeens de harde werkelijkheid raken. Een tijd en ruimte om tot rust te komen en avontuur aan te gaan, te onderzoeken en hierin iets te delen, te geven en ontvangen.

Ik zit hier dan ook niet zonder doel. Na mijn vorige reis naar Zuid-Afrika heb ik besloten om een master te gaan volgen bij Culturele Antropologie: multiculturalisme in vergelijkend perspectief. Zuid-Afrika als het model van de ‘regenboognatie’ en de verhalen rondom het WK 2010 hebben mij doen besluiten om in het kader van mijn master hier mijn veldwerk uit te voeren. Daarnaast werk ik de komende drie maanden als vrijwilligster bij het Joshua project waar ik zowel ga werken met straatjongeren als mee ga helpen met een huiswerk/schoolproject.

Het WK heeft het contrast tussen arm en rijk pijnlijk uitvergroot. Zwart en wit, arm en rijk, township en stad, geen en wel toegang tot het WK evenement. Terwijl townshipsbewoners, die dagelijks afhankelijk zijn van openbaar vervoer, tevreden moeten zijn overbevolkte minibustaxi’s, staan er peperdure pendelbussen van het WK te verroesten. De stadions die miljoenen hebben gekost en nog steeds kosten, staan leeg, terwijl men in de townships tevreden moeten zijn met afgetrapte veldjes. Via allerlei wegen in de media werd er gecommuniceerd dat het WK Zuid-Afrika zou veranderen en voor een nieuwe eenheid in de verdeelde regenboognatie moest zorgen. Het WK moet bijdragen aan de bestrijding van armoede, een impuls geven aan economie en toerisme, en zelfs gebruikt worden om de aidsepidemie aan te pakken. Toch beseffen steeds meer mensen dat het WK lang niet voor iedereen die voorspoed brengt. Wat is er van deze nationale eenheid gekomen, hoe staat het met de huidige Zuid-Afrikaanse samenleving in de schaduw van het wereldkampioenschap en wat is er van de hoop over gebleven? En vooral, hoe kijken de jongeren in de townships van Jeffreys Bay hier zelf tegen aan?

Jeffreys Bay is raar. Hoewel de apartheid een poos geleden is afgeschaft is deze hier voelbaar en zichtbaar gewoon nog aanwezig. Als je maar aan de ‘juiste’ kant blijft kan je prima in je eigen wereldje van villa’s blijven leven en doen alsof er niks aan de hand is. Maar als je even verder rijdt zie je een hele andere ‘wereld’, een wereld van duizenden krotten waar heel toevallig alleen maar ‘zwarte’ mensen wonen. Als ik vanuit mijn huis langs alle villa’s naar het project fiets (hoe Nederlands: ) ) vraag ik me af wie er zich het meeste thuis voelen in Zuid-Afrika. De blanken creëren een mini-thuis in hun villa en bouwen een hek eromheen. De ‘zwarten’ creëren een thuis op straat, met hun krot als symbool en bepalen eigenlijk ook het leven van de blanken. En andersom. De jongens zijn ‘dakloos’, maar zijn ze ook ‘thuisloos’? De blanken zijn misschien niet dakloos, maar wel thuisloos? Er klopt gewoon iets niet en uit alles blijkt dat de hoop van het WK hier niet perse aanwezig is.

Dit werd even heel erg duidelijk vanmorgen, mijn eerste dag op het project. Elke ochtend komt er een groep straatjongens voor ontbijt, onderwijs en lunch. Hoewel ik alleen nog maar een beetje heb meegelopen schrok ik van de gesprekken (how was your weekend? Nie goed nie. Why? Ek is gekap. What? Cut with a knive. ok...(een jongen van 14 jaar). Ik vond het heftig om te bedenken wat ze ’s nachts allemaal wel niet zouden meemaken en ze in hun ogen te kijken, waar weinig leven meer in stond, verslaafd en verhard. Het zijn de jongens die je ’s nachts niet tegen wil komen als je in je eentje rondloopt, maar als je hun zo ziet dan kan je niet anders dan hier niet meer bang voor zijn.

Maar ook ik doe keihard mee aan de verdelingen. Want ik ben ook maar een meisje die op haar fietsje door J-bay rondfietst (weten ze ook gelijk dat ik Nederlander ben). Die na het werk teruggaat naar een (bijna) villa, na boodschappen te hebben gedaan bij een supermarkt met mogelijk nog meer keuzes dan in NL en met een handdoekje op het strand ligt na haar surfles. Het is maar raar verdeeld, welkom in Zuid-Afrika, maar ben benieuwd naar de komende tijd en het kleine beetje wat ik hierin kan bijdragen en ontdekken.

Les 1 voor deze week: geduld (this is africa) en doorzettingsvermogen (mijn eerste surfles: )) en dat het niet uitmaakt hoe of wat je doet, als je het maar met liefde doet (of zijn dit alweer drie lessen?) Een andere les is dat ik keihard slang-Afrikaans moet gaan leren (de taal van de straatjongens) of ik het nou wil of niet. Verder houd ik me vast aan de gedachte ‘hoe fijn het eigenlijk is om mensen te hebben die je kan missen’, want stiekem vind ik dat best wel lastig nu maar het maakt me ook weer extra dankbaar voor alle lieve mensen in Nederland! (maar nog even een kleine maar niet onbelangrijke toevoeging, ik heb echt leuke huisgenootjes die ervoor hebben gezorgd en zorgen dat ik me hier snel thuis voel en ga voelen!)

Liefs vanuit Jeffreys Bay van een beetje verbrande Meet op teenslippers

Margreet Moesker
14 Kabeljauwsroad
Jeffreys Bay 6330
South Africa

maandag 7 juni 2010

De kleurenblindheid van Zuid-Afrika: twee werelden, één WK?


"Wave your flag", "Waka waka, this time for Africa". Via allerlei vormen, radio, tv, kranten, tijdschriften, worden we geconfronteerd met het aankomende WK. Een maandje ben ik terug uit het gastland van de aankomende worldcup. Zuid-Afrika, een bijzonder land, met rare spanningen en enorme tegenstellingen. Bij het luisteren van bovenstaande nummers komt er een raar gevoel bij me naar boven, wie zegt dat het tijd is voor Afrika? Een Zuid-Amerikaanse vrouw met geblondeerd haar?

"It must be a year in which we put South Africa first, and take forward our collective mission to shape this country into one of the most successful constitutional democracies in the world," zei Zuma.

Ik betwijfel het, 93% van de bewoners van Zuid-Afrika zal er helemaal geen profijt van hebben, sterker nog, de verschillen zullen waarschijnlijk alleen maar groter worden. Hoe eenvoudig het omtoveren tot een succesvolle democratie zal gaan blijkt uit een oneindig uitzicht van krotten, huisjes gemaakt van glofplaten en wrakhout, zonder stroom of drinkwater. Welkom thuis bij het grootste gedeelte van de Zuid-Afrikanen.

Ik weet nog goed het moment dat ik de Zuid-Afrikaanse vlag aan het schilderen was op de gezichten van de kinderen in de townships. Ik markeerde hun gezicht met het nationale symbool van Zuid-Afrika, ik had de macht om een vlag op hun gezicht te tekenen, dat is wat ze gewend zijn. Toen ik vroeg of ze ook een vlag bij mij wou schilderen begonnen ze raar te lachen. Allereerst dachten ze dat ze het niet konden, maar later leek er ook andere twijfel aan ten grondslag liggen. Ik was wit, en kon onmogelijk trots zijn op de Zuid-Afrikaanse nationaliteit. Uiteindelijk werd op mijn gezicht ook de Zuid-Afrikaanse vlag geschilderd en men keek mij met gemengde blikken aan.









Nu ik hier weer terug ben in Nederland heb ik de eer om een paper te schrijven over de aankomende worldcup, naar aanleiding van de film 'Invictus' in het kader van de cursus 'Etniciteit en Nationalisme'. Na decennia van apartheid, haat en wantrouwen tussen wit en zwart, probeert de net gekozen president Mandela de groepen te verzoenen en verenigen om een nieuw Zuid-Afrika te bouwen. De regenboognatie... Mandela gebruikt hiervoor het wereldkampioenschap rugby (1994), waarvan ZA gastland is. Hoe zal dit zijn voor 2010, zal het WK ook voor eenheid zorgen? Voor wie is het WK eigenlijk, waar ligt de macht en in hoeverre werkt het systeem van apartheid nog steeds door? Wat zijn de verhalen van individuen en is het een tijd van verandering? Één land, veel culturen, nationaliteiten, diversiteit: ruimte voor eenheid?

De komende dagen zit ik in de UB en heb het nog nooit zo leuk maar ook lastig gevonden om een paper te schrijven...

dinsdag 27 april 2010

Vulkaan en Alice in wonderland


Een vulkaan heeft mijn wens om langer in Kaapstad te blijven vervuld. Wel was de dag op het vliegveld maar een rare dag. De ultieme test in geduld, vertrouwen, loslaten en accepteren. Al mn koffers ingepakt, instapkaart gehaald, klaar om weer terug te gaan naar Nederland en dan blijkt het opeens 'impossible' te zijn. Drie uur in een rij staan, wat uiteindelijk een verkeerde rij bleek te zijn, chaos op het vliegveld, niemand wist iets, en uiteindelijk besloot ik terug te gaan naar Muizenberg.

Waar ik eerst alleen maar dacht aan alle dingen die ik in Nederland zou gaan missen, kwam een nieuw avontuur dichterbij waar ik verder van het vliegtuig vandaan reed. Ik voel me als Alice in Wonderland, die wakker wordt en elke dag in een nieuw konijnenhol valt en een avontuur beleefd zoals ik nooit had kunnen plannen. Het is bijzonder hier, nieuwe ontmoetingen, strandwandelingen, koffie in de meest gezelligste cafétjes ooit, reggaebandjes, schilderlessen, Afrikaanse danslessen, zonsondergang, zonsopgang, surfen en berg beklimmen. Het voelt onwerkelijk hier en geniet van de vrijheid. Het is bijna grappig om te zien hoe alles op zn plaats valt. Maar het is goed voor nu en heb zin om iedereen weer te zien. Op 29 april stap ik in het vliegtuig (hoop ik) en kom 30 april rond 10.30 op Schiphol aan. Gaat er nog wat gebeuren met Koninginnedag in Utrecht? : )

vrijdag 9 april 2010

Voor het laatst, nieuwe vrienden, mijn pre-school en Capetown!

Over een week loop ik weer rond in Nederland. Ben ik weer student. Fiets ik door Utrecht. Ga ik weer naar borrels. Drink ik weer koffie met vrienden, thee op mn bank. Brood met banaan, etentjes met vriendinnen. Hond uitlaten met mama. Eet ik weer pasta met zalm. Zit ik in de trein. Praat ik weer Nederlands. Ga ik naar mn kringhuis. Schrijf ik mijn scriptie. Loop ik weer langs de oude gracht, studeren in de UB, cafétjes met vrienden, gebruik ik weer een agenda.

Dit is waarom ik Zuid-Afrika zo enorm ga missen:

Sandile die in mijn armen in slaap valt in een Zuid-Afrikaanse kerk waar de muziek meer dan hard stond.


Het rondhangen met Afrikaanse vrienden, het praten over hun dromen, hoop en het leven in Afrika, waar tijd geen rol speelt en we heel veel lol hebben.


Het eten van kippenvoeten, pap en beans






De ontmoeting met Busi (linksonderin de foto) drie maanden geleden bij een feeding in Dwaleni. Enorm grappig maar verhard, 11 jaar, ze leek me niet te mogen. Twee maanden later liep ik aan haar hand terwijl ze mij een rondleiding door haar school gaf, introduceerde ze mij met trots als haar nieuwe vriendin en zus.

Het eten van koe-ingewanden in Kabokweni, praten met Ncobile en Khethiwe, rondhangen met de kinderen en het leren van Afrikaanse songs en dansen.

Het meehelpen met twee Afrikaanse werkers en Chris aan het bouwen van een nieuw huis voor een weesjongen. Binnen een paar minuten bleek dat het sjouwen van stenen en het maken van cement niet een van mijn talenten blijkt te zijn, maar het runnen van een Afrikaanse pre-school wel. Met een paar planken, Afrikaanse liedjes en spelletjes, een paar touwtjes, wat krijt en kleurplaten hadden we een soort van pre-school gecreeerd : )


Naast het bouwen van huizen zijn Enklanka en Bethel ook enorm goed in het koken van kippennek. Het maakte helaas niet al te veel indruk op mij. Tijdens de lunch hadden we een gesprek over hoe de relaties tussen een man en vrouw in Afrika werken.. een van de redenen waarom ik wel weer blij ben dat ik in Nederland woon. Naast hun kooktalenten en bijzondere ideeën hadden we wel enorm veel lol en ga ik ze missen.


Vorige week was alles 'voor het laatst'. Niet leuk, veel tranen, maar van vreugde en dankbaarheid. Ik werd bemoedigd dat ik geslaagd ben voor de test en dat ik nu een 'African woman' ben. Ga het enorm missen, maar zie er aan de andere kant ook naar uit om weer terug te gaan naar Utrecht. Soms ben ik bang dat alles weer hetzelfde gaat zijn. Niet dat ik mijn leven niet leuk vond, maar ik heb teveel mooie dingen in Afrika geleerd die ik niet wil loslaten. Mijn tijd hier heeft me leren vertrouwen als geen ander, leren niks doen alsof het niks is, te rusten, zonder planning te leven, wat vriendschap is, wat liefde betekent, in vrijheid te leven en te geven. Het heeft mijn ogen geopend en deze reis gaat hopelijk verder in Nederland.

Nu in Kaapstad, een reis samen met Caroline en Chris, combinatie van werken in de krottenwijken, surfen, kajakken naar de pinguinbeach, het beklimmen van de tablemountain en rondhangen in de stad. Geen verkeerd einde van deze tijd : )

"Give your entire attention to what you're doing right now, and don't get worked up about what may or may not happen tomorrow. He will help you deal with whatever hard things come up when the time comes"

See you!

donderdag 1 april 2010

"Homestay of the year” award


Hoe kan ik dit ooit op een mooie manier opschrijven. Valt het wel mooi op te schrijven? Vorige week werd ik gedropt in Kabokweni en mijn ‘homestay’ begon. Groente en koe-ingewanden in stukken snijden (en eten), meehelpen bij de feeding, veel kinderen om je heen, plassen in een boterkuipje en met z’n vieren in één bed.
De homestay zou mij meer doen laten begrijpen waarom de Afrikanen drie keer per dag de vloer dweilen, ook als er niet eens een normale vloer ligt. Het zou me meer doen beseffen waarom ze hun weinige geld uitgeven op de manier waarop ze het uitgeven. Ik zou beter begrijpen wat het betekent om niks te hebben en waarom een meisje van 21 twee jonge kinderen heeft. Twee dagen zou ik logeren bij Khethiwe, drie dagen bij Ncobile.

Door de week werken ze beide als vrijwilligster bij de feeding in Kabokweni, wat ook functioneert als een soort van kinderdagverblijf. Overdag bestond dus voornamelijk uit groente snijden en de jongere kinderen bezig te houden, of eigenlijk hielden zij ons bezig. Ghoto, mijn lievelingsbaby daar, made my day. Margreet met een ochtendhumeur, maar daar is dan de meest schattigste Afrikaanse baby ever, naar je toehoppend, armen uitgespreid, breedlachend en roepend MIMI : ) (soort van mama alleen dan net niet)

’S Avonds ging ik met Khethiwe mee naar haar huis en besloot toen dat het best wel prima is om nog een poosje met kinderen te wachten. Het avontuur begon en hiermee ook het leven op 8m2 met twee jonge kinderen, Khethiwe en ik. Gehuil, lawaai, poepluiers en meer. Met de minuut kreeg ik meer bewondering voor Khethiwe. Ze runt een heel huishouden in deze paar vierkante meters. Het huisje heeft niet zoveel inhoud, maar toch is het overvol. Khethiwe schijnt niet zoveel met haar oudste dochter te hebben: Fikile, vijf jaar oud, wordt elke ochtend op straat gedumpt en mag als het donker wordt weer terugkomen. Khethiwe weet niet zo goed wat ze met haar aanmoet, brutaal en agressief als ze is, maar ze had mijn hart gestolen. Met trots haalde ze haar schat tevoorschijn, een kleurboek dat al meer dan vol gekleurd was. Alle ruimte om de kleurplaat heen was zo ongeveer al vol getekend, maar geen probleem je kan hier nog best wel nog een keer overheen tekenen. Khethiwe sloeg haar enorm veel en hoewel ik weet dat dit in de Afrikaanse cultuur redelijk normaal is, deed het me enorm veel pijn. She makes me angry, zei Khethiwe, maar Fikile wou alleen maar spelen… Het was erg lastig om dit te zien en niet in te kunnen grijpen. Wat weet ik nou van kinderen opvoeden en een huishouden runnen? Ik leef in een huisje wat 20 keer zo groot is en heb de vrijheid om te doen wat ik wil zonder rekening te hoeven houden met poepluiers. Het enigste wat ik kon doen is Fikile laten weten dat ik van haar hield en dansten wat rond. In het begin werd deze aandacht van mij genegeerd, maar uiteindelijk kreeg ik een enorme knuffel en een: “you always stay here greetiegreetie?” De radio stond aan en ze wees naar mij: greetiegreetie! Vervolgens vertelde ze aan alle mensen dat Madonna bij haar sliep, eh ja : )

We kookten wat maïspap en kip en daarna was het tijd om te 'douchen'. Ik had eigenlijk besloten van, weetje wat, ik douche na een paar dagen wel weer, een soort van noviciaatsgevoel. Maar in de Afrikaanse cultuur is het 1. heel erg onbeleefd om een bad af te wijzen en 2. ze denken dat je gek bent. Dus ja, ik wou ook een douche nemen. Khethiwe vulde een afwasteiltje met 1,5 cm regenwater (hetzelfde teiltje dat ook als toilet diende) en zei: "ok you can go now." Ik snapte eerst niet precies het hoe en wat, maar het was toch echt de bedoeling dat het afwasteiltje mijn ‘douche’ voor de komende dagen was. Wat onwennig deed ik mijn kleren uit, ging ik in het afwasteiltje staan en gooide wat water over mijzelf heen, met de blik van zowel Khethiwe als haar kinderen op mij gericht. Heb me nog nooit zo op mn gemak gevoeld : )

Uiteindelijk sliep ik met Khethiwe en haar jongste dochtertje in één bed. Fikile sliep op de grond, gewikkeld in plastic.. Gezellig is niet precies de juiste omschrijving. Chamin plaste en poepte in haar bed (en dus ook in mijn bed én mijn arm…)

Ik weet zelf nog niet zo goed wat ik hiervan moet denken. Het was bijzonder om een paar dagen bij Khethiwe te logeren, maar ook enorm schrijnend, ze is veel te jong om met twee kinderen in een krot te leven.

Na drie dagen vond er een verhuizing plaats naar het hutje van Ncobile. De reis ernaar toe was amazing. Berg op, riviertje over, berg af, berg op, struikgewas, bagage op ons hoofd, nog meer riviertjes, klimmen over rotsen en uiteindelijk kwamen we aan bij haar hutje boven op een berg in Kabokweni. Niet realiserend dat we een schare kinderen achter ons aan hadden verzameld. Alle mensen kwamen uit hun huisjes en ik werd door iedereen begroet. Er heerste een soort van verwarring, men vroeg aan Ncobile wat ik in vredesnaam kwam doen. Waarom zou een ‘white person’ in een hutje willen slapen? Vond het bizar om te merken dat het voor hen echt een hele eer was en voelde me eerlijk gezegd op mn veiligst ooit in Zuid-Afrika, als er iets met mij zou gebeuren dan werd de eer van de community aangetast.

Aangekomen bij het hutje van Ncobile schrok ik wel, het was dan wel groter dan het huisje van Khethiwe, maar mogelijk nog primitiever. Soort van schuur. Raar maar waar: ik voelde me gelijk thuis.. Ncobile is een inspirerend meisje, vluchteling uit Swaziland, lach op haar gezicht en straalt enorm veel rust uit. Een compleet andere situatie dan Khethiwe hoewel haar context hetzelfde is: jong meisje, drie kinderen, een krot en geen geld.

“Come, let’s fetch water now”. Ze bond een sjaal op mijn hoofd. “ Now your head is not hurting” (…) We daalden af naar een riviertje vlakbij haar hutje. De buurjongen en haar zoontje liepen mee met elk een klein mini-emmertje. Ncobile legde uit dat de rivier een ontmoetingsplek is, in positieve en negatieve zin. Vrouwen ontmoeten elkaar bij het doen van de was maar het is voor een man ook de kans om een vrouw ongewenst te ontmoeten. Zo werd haar eerste dochter geboren.. Ncobile droeg met gemak zowel haar dochtertje op haar rug en een enorme kan met water op haar hoofd, ik liet de helft van de inhoud over mijzelf vallen.. Fijn idee dat het drinkwater dat we net gehaald hadden een soort van gerecycled toiletwater, afwaswater, waswater, douchewater was. Ik krijg hier een superimmuun systeem : )

Als diner aten we kippenvoeten, ik snap het nog niet helemaal maar beschouwde het maar als een soort van spel om de teennagels uit mijn eten te vissen en op zoek te gaan naar het weinige vlees dat een kippenvoet bevat. Onder het eten lagen we op haar bed (=matje op de grond) en hoorde ik meer over haar leven. Ze heeft een ‘boyfriend’, die nog in Swaziland woont en die ze samen met een paar anderen moet ‘delen’. Ongewenst. Omdat ze een vluchteling uit Swaziland is, ontvangt ze geen geld van de Zuid-Afrikaanse regering voor haar kinderen en moet ze doen met het weinige geld dat ze af en toe van haar boyfriend ‘Sam’ ontvangt. Ncobile is een enorm inspirerend meisje, ze deelt van het weinige dat ze heeft. Haar laatste boterhammen gaan naar een buurmeisje en met haar weinige geld koopt ze een schooluniform voor een kind bij het voedingsprogramma. Zij leert mij echt wat het betekent om te geven, niet alleen het extra dat je hebt, of kleding die je toch niet meer leuk vindt, maar het mooiste en het beste. Het principe lijkt hier te zijn, hoe armer je bent, hoe meer je geeft. De 10% regel geldt niet in Afrika.

Voordat we gingen slapen haalde Ncobile haar ‘schat’ uit een speciale doos tevoorschijn. Een theepot, twee kopjes en een melkkan. Ze straalde en zei dat ze nog nooit een vriendin op bezoek had gehad waarmee ze samen thee kon drinken. Het raakte me en dacht opeens aan thuis, waar thee drinken met vriendinnen een bijna dagelijkse activiteit was. Geniet van jullie kopje thee en vriendschap daar. Als ik weg ben zit Ncobile daar alleen met haar kinderen, elke dag hetzelfde.

Om 5:00 is het tijd om wakker te worden (althans volgens Ncobile) en ze telefoneerde met haar ‘boyfriend’. Toen hij (die dus een paar honder kilometer verderop woont) ontdekte dat ze mij te gast had, aarzelde hij geen moment en zei: “I’m taking a taxi now, I never stayed with a white person”. Toen begon het hele feest, we zouden Sam ophalen in Nelspruit en we moesten er op ons best uitzien. Afrikanen zijn of heel subtiel of juist niet: ik had een wijde rok aan, wou me een soort van aanpassen aan de cultuur en stond op het punt om te vertrekken. “Margret are you wearing that? Ok you change now”. Niet goed, blijkbaar. Het was 32 graden en moest mijn spijkerbroek aandoen… Zij op haar hoogste hakken, mooiste jurk en de hele community zwaaide ons uit.

“White person in a taxi, white person in taxi?!” De Afrikanen waren verbaasd (voor de duidelijkheid een taxi is niet wat je denkt bij een taxi, het is een wedstrijd om zoveel mogelijk mensen in een zo’n klein mogelijk busje te stoppen en de radio op z’n hardst te zetten). We gingen naar de ‘black township’ en voor deze dag was ik overal de enigste ‘white person’, werd nagestaard alsof ik naakt rondliep en heb het record in huwelijksaanzoeken verbroken. Enerzijds werd ik als een vijand beschouwd maar anderzijds ook als een vereerde gast. De eigenaar van de winkel werd erbij gehaald en zei dat hij het een hele eer vond dat een ‘white person’ eindelijk in zijn winkel kwam. “You’re not looking as the white Afrikaners because you’re smiling!” Bijzonder is ook hoeveel je met taal kan doen en op deze manier barrières kan doorbreken. Misschien een idee voor het leren van wat Marrokaans? Het spreken van drie woorden Siswati is hier het begin van een vriendschap, voelde me wel thuis daar, iedereen welkom en geen oordeel.

Terug bij haar hutje ontmoette ik Sam, die vervolgens geen woord tegen mij zei en we moesten in gescheiden ruimtes verblijven (dezelfde Sam die vier uur had gereisd om samen met een ‘white person’ in een hutje te slapen). Omdat Sam nu samen met Ncobile sliep, kreeg ik een soort van opslagschuurtje toegewezen als slaapkamer. Slapen naast een pikhouweel, kruiwagen en allerlei dronken mannen om mijn schuurtje heen. Fijn. Dit werd mijn avontuurlijkste, naarste en uiteindelijk lachwekkendste ervaring van de homestay. Het begon enorm hard te regenen en onweren zoals het alleen hier in Zuid-Afrika kan en het water stroomde van alle kanten mijn ‘slaapkamer’ naar binnen. Ik en mijn slaapzak waren doorweekt en eindigde uiteindelijk bij Ncobile, haar boyfriend en twee kinderen in één bed : )

De homestay was een bijzondere tijd voor mij, het heeft iets in mij en mijn kijk op de mensen hier en de cultuur nog meer veranderd. Hoewel ik van tevoren best bang was voor alles heb ik mij geen moment heel onrustig of in paniek gevoeld. Natuurlijk waren er een paar ongemakkelijke momenten en stiltes maar vond het geen moment vervelend om me te wassen in regenwater, te plassen in een leeg pindakaaspotje, poepen in een boterkuipje en met zn allen in éen bed/matje te slapen. Het enigste waar ik nu mee zit is wat voor mij even een ‘bijzondere ervaring’ was, de realiteit voor Khethiwe en Ncobile is. Het leven voor Khethiwe en Ncobile gaat ondertussen gewoon verder, elke dag precies hetzelfde. Een paar dagen later realiseerde ik dat het voor hen een even bijzondere ervaring was en een verdieping van onze vriendschap. Ncobile zei tegen mij: "Margret you teached me never to be afraid, even when it is raining and when druk men come", vond het wel grappig omdat het 'niet bang zijn' niet perse mijn sterkste punt is, de wonderen zijn de wereld nog niet uit: ) Fikile begroet mij nu elke keer met: “GreetieGreetie! Happy day?” Dat nummer zong ik voor haar toen ik bij haar logeerde. Daarna zit ze ruim drie kwartier bij mij op schoot en vertelt ze dat ze mee wil naar ‘het land van de computers en Engelse liedjes op de radio': )

Of ik het leven in Afrika nu beter begrijp? Begrijpen is een groot woord, eigenlijk begrijp ik alles nog minder, maar ik ben wel meer gaan houden van de Afrikaanse cultuur en mijn twee vriendinnen hier.

dinsdag 16 maart 2010

Shrek en een logeerpartij waar het noviciaat niks bij zal zijn


Ooit shrek gezien? Dan ken je ook wel het nummer "I'm a believer" van "The Monkees" wat tot en met afgelopen zondag voor mij "Het aftitelingliedje van Shrek" van "Shrek" was. Wat gebeurde er zondag? Niet zoveel, behalve dat ik in een kerk was waar we dit "Shreknummer" zongen en voordat ik het wist er een traan over mn wang rolde. Wat bij mij ook bij één traan bleef omdat ik (a) mijzelf afvroeg hoe emotioneel geladen de tekenfilm Shrek ook alweer was en (b) ik over het algemeen niet zoveel van huilen hou en (c) omdat ik gewoon helemaal verwarring was dat we dit zongen i.p.v. iets met een orgel. Uit nieuwsgierigheid bekeek ik net op Youtube het laatste gedeelte van Shrek en gedachte (a) bleek niet van toepassing te zijn op deze situatie. Gedachte (c) wel, maar na het vinden van de songtekst (je gaat bijna denken dat ik me verveel hier in Zuid-Afrika) begreep ik dat mijn reactie niks met Shrek te maken had. Het nummer begint met deze woorden:

I thought love was only true in fairy tales
Meant for someone else but not for me.
Love was out to get me
That’s the way it seemed.
Disappointment haunted all my dreams.


Ja. Dit heeft weinig met een romantische liefde te maken. Ik dacht ‘als ik maar naar de andere kant van de wereld reis dan vind ik het vanzelf wel’, ontdek ik vanzelf wel wat die echte liefde en geliefd zijn betekent. Hmm, misschien een beetje, maar deze tekst was nog steeds confronterend. Blijkbaar.

Then I saw her(His) face, now I’m a believer
Not a trace of doubt in my mind.
I’m in love, I’m a believer!
I couldn’t leave her(Him) if I tried.


Morgen ga ik voor een paar dagen ‘logeren’ bij Khethiwe en daarna nog twee dagen bij Ncobile. Wat heeft dit met Shrek te maken? Weinig, behalve dat ik ook ga slapen in een hutje, op de grond, geen water heb, ga koken in een vuurtje, de wc een andere vorm heeft dan ik gewend ben en er nog meer rare beesten om me heenlopen dan hier op de base. (Ok toch best nog wat overeenkomsten). Maar iets anders dat me raakte is dat ik wel meer zou willen vertrouwen, er niet alleen over zou willen schrijven, maar het echt wil uitleven. Dat ik geen twijfel heb en bang ben om daar in het niks te leven, maar gewoon ga en geloof dat het ok is. Nog best lastig, maar ik ben benieuwd wat de komende dagen gaan brengen. Het noviciaat zal er niks bij zijn : )

zaterdag 13 maart 2010

Tussenin en honderdéénentwintig koeien


De afgelopen tijd heb ik maar weinig geschreven, zowel goed als slecht teken. Begin het hier bijna ‘druk’ te krijgen, op zn Afrikaans dan, maar heb aan de andere kant ook weinig tijd om alles een beetje te verwerken. Verder valt het schrijven me zwaar omdat ik nu in een soort van ‘tussenin’ periode zit met betrekking tot de taal. Ik denk in het Engels, praat in het Engels, hoor alleen maar Engels om me heen, maar als ik echt boos ben, geraakt of blij, dan begin ik opeens in het Nederlands te praten. Verder zit ik ook in een soort van ‘tussenin’ periode met mijn leven hier in Afrika. Aan de ene kant ben ik helemaal gesetteld hier, lijkt het leven in Nederland maar onwerkelijk, maar als ik echt boos ben, geraakt of blij dan mis ik mn vrienden.

Het leven op de base hier is enorm veranderd sinds alle teams weg zijn. Waar ik eerst een beetje achter alle teams kon aanhobbelen en gebeurtenissen mij in de schoot werden geworpen, heb ik nu meer de gelegenheid om op zoek te gaan naar mijn eigen rol. Woensdagmorgens behoren tot één van mijn favorieten, teatime in Kabokweni. Samengevat: veel thee, veel taart, veel vrouwen. Kan slechter. Vanuit het Nederlandse kader zou je denken dat hier dus ook ‘veel gepraat’ bij hoort. Dat is dus niet het geval, de Afrikaanse vrouwen zijn erg gesloten en helemaal wanneer het te persoonlijk wordt. Vorige week raakte me, we deden een rondje ‘dingen waarvoor ik dankbaar ben’. Het begon met “ik ben dankbaar dat mijn laptop het weer doet” vervolgens een “Ik ben dankbaar dat de bouw van het carecenter is gestart” waar vervolgens Lucy volgde “I’m thankfull to be alife’. Stilte. Dit was niet een "ik weet niet wat ik moet zeggen dus zeg ik maar iets dat voor de hand ligt". Dit was een "vier weken geleden lag ik op een matje, doodziek, stervend aan aids en op wonderbaarlijke manier genezen". Ik kijk de vrouw/meisje (leeftijd schatten is hier lastig, een meisje van 25 kan prima een gezin hebben van zes kinderen) in haar ogen en geloof het om eerlijk te zijn eigenlijk niet. Kom erachter dat het toch echt waar blijkt te zijn. Ik heb volgens mij geen idee wat deze woorden betekenen, maar probeer ze nog meer tot me te laten doordringen met dit verhaal in mijn achterhoofd: I’m thankfull to be alife! (Probeer het eens als je middenin een stressmoment zit en alles om je heen lijkt te mislukken)

(Even voor mam en nita een quote van Khethiwe tijdens de dankbaarheidronde: I’m thankfull for the mum and aunt of margreet, now I have new clothes and they sent me cards, I am very happy for that) So thanks mam en nita, wou dat je haar gezicht kon zien, betekende veel voor haar en mij.

De donderdagmiddagen behoren ook tot mijn favorieten, feeding in Dwaleni. Samengevat: enorm veel kinderen, eten, afwas, geknuffel, spelletjes (dit alles ‘enorm veel’) en sinds afgelopen donderdag ook huiswerk. Dit is iets wat ik in een soort van georganiseerde vorm wou gaan vormgeven, maar wat elke week weer mislukte. Afgelopen donderdag heb ik weer een nieuwe vorm van organiseren ontdekt. Het ging ongeveer zo: you margret, come, now. Yebo, werd onder een boom gedropt en voor ik het door had zat er een groep meisjes om mij heen, mij met vragende ogen aankijkende. Zij spraken geen woord Engels, ik geen woord Siswati, of ik ze even wat wou uitleggen over symmetrie, systemen en structuur. Het laatste is in het Nederlands één van mijn favorieten maar in Siswati werd het opeens wat lastiger. Met wat lesmateriaal ontwikkelt met een stok in het zand lukte het nog aardig, maar ik schrok wel van het niveau van de kinderen. Nu is de kans groot dat het aan mijn gebrekkige engelsiswatizanduitleg kan liggen, maar het maakte mij wel benieuwd hoe het er aan toe gaat op een school in de community. Ik heb wat rondgevraagd en volgende week ga ik als het goed is een dagje meelopen op een school, ben benieuwd!

Verder begin ik hier zelfs dankbaar te worden voor de eeuwige voetbalconversaties tijdens het eten thuis bij mijn familie, of beter gezegd, ons gezinsschema dat geheel en al om voetbal draaide. Met als resultaat dat ik dus nu leuke openingszinnen heb als: do you like soccer, yes, are you playing back or front. Ok, het stopt vaak hier, maar gelukkig beginnen zij dan vaak met het noemen van allerlei Nederlandse voetbalspelers en ik hoef alleen maar enthousiast te reageren en doen alsof ik ze ken. Zo begon mijn vriendschap met Stevin (even voor de duidelijkheid: 12 jaar) en hij werd mijn Siswatiteacher. Voor we het wisten hadden we een soort van schoolklas onder een mangoboom gecreëerd, vond het wel een grappig fenomeen, op deze manier was Stevin eigenlijk de jongere kinderen Engels aan het leren. De vertaling voor ‘How old are you’ in Siswati is wel opmerkelijk: ’twelve years old’…

Daarnaast heb ik afgelopen week de Zuid-Afrikaanse vlag 21 keer geschilderd op de gezichten van de kinderen in Mbonsweni bij de kick-off van een nieuw feedingsprogramma. Uiteindelijk werd met een crew van vijf kinderen mijn gezicht ook ongeveer in die richting beschilderd. Ook heb ik afgelopen week de ‘big five in one day’ gezien: olifant, luipaard, buffel, leeuw en neushoorn (+ zebra’s, apen en giraffen) en heb ik de big six in mijn koffer gesignaleerd. Een ware kikkerfamilie. Kikkers doen niet zoveel, maar het is gewoon minder fijn dat wanneer je een schoon t-shirt aan wil doen er een kikker uitspringt…

Op het moment sta ik voor een belangrijke keuze, ik kan óf 121 koeien naar huis sturen (het hoogste bod tot nu toe) óf zelf in het vliegtuig stappen.

Heb het allemaal nu even minder helder hoe en wat precies maar ik leer nog steeds veel hier, geniet van al het moois en hoorde laatst een mooie quote die dit ongeveer samenvat: “I need Africa more than Africa needs me (?)”