“Margriet, margriet”, Kosie steekt zijn hoofd om de deur van het washok, “do you want eggs and tea?” Ik snap het even niet. Was dit de stoere Kosie? De eeuwige grappenmaker. Het is bijna verdacht. “Wat willen ze nu weer in mijn thee stoppen” is dan ook mijn eerste gedachte. Maar nee, daar stonden James en Dyrrel in de keuken 30 eieren in een pan te gooien en notabene Kosie stond zijn best te doen op de koffie en mijn thee: “You want this cup?” Hij weet precies uit welke kop ik graag drink. Het was mijn laatste dag op het project en vandaag lieten de jongens op hun manier hun waardering merken. Ik weet niet wat die gasten met me hebben gedaan, maar ze hebben mijn hart veroverd. Ik had nooit gedacht dat ik zoveel met deze jongens zou kunnen lachen en ik had ook nooit gedacht dat ik zoveel om ze zou gaan geven. Resultaat van de laatste weken: Aunt Jane was op vakantie en daarom mocht ik de kleren van de jongens wassen en het douchen overzien. De uitspraak 'een kind kan de was doen', heeft voor mij een totaal andere lading gekregen. Het kleren wassen van straatjongens is toch net even een vak apart. Wat je allemaal in hun zakken vindt, hoe de kleren eruit zien en ruiken en hoe dit er precies aan toe gaat: dit is toch net even iets anders dan de gemiddelde was. Evenals hun perspectief op schoon en douchen en de manier waarop zij hun kleren dragen. Voor mij was het echter een mooie manier om meer met hen te connecten, van hen te leren en respect te krijgen (ik zat dan toch wel met mijn handen in hun vieze straatkloffies).
Op een dag moest ik ook het ontbijt regelen en stond ik in een pan met pap te roeren. De jongens waren verbaasd, lachten erom en ze vroegen zich af wat voor pap het zou gaan worden. De pap was niet het grootste probleem, de jongens zijn overal en je moet erg alert blijven. Ik moest tegelijkertijd in pap roeren, toezicht houden over sleutels en de jongens laten douchen (ze hebben allemaal een kluisje waar al hun waardevolle spullen inzitten: shampoo, kleren, tandenborstel etc. moest het sleutelkastje openen, waarop ze de sleutel weer aan mij moesten geven etc.) De jongens liepen wat rond en soms had ik geen idee wat ze nou precies aan het doen waren, maar ik vond het allang prima dat het leek alsof ze goed luisterden. Ik had iedereen zijn eigen verantwoordelijkheid gegeven. Piet hielp mee met de was, Ronald schepte het ontbijt op, James was aan het zorgen dat niemand aan het vechten was en Koosie maakte de ‘koffie’: veeeeeel suiker, met een beetje melk en een heel klein beetje oploskoffie. Hij vertelt met alle trots dat hij de beste koffiemaker is. Prima want deze keer konden ze als er ‘complaints’ waren met Koosie praten in plaats van margriet overal de schuld te geven. Maar vandaag hadden ze besloten aardig te zijn: “Margriet is this the first time you make pap? It is good!"(…) Ik weet niet hoe ze het voor elkaar krijgen, maar op de één of andere manier vind ik het elke keer bijzonder om een compliment van deze jongens te krijgen.
Inmiddels ben ik verhuisd naar mn vierde huis in drie maanden. Ik ben alle onderwerpen van mijn scriptie, ‘on the move’, aanpassingsvermogen en ‘home & belonging’, even in de praktijk aan het brengen. Sinds kort ben ik de nieuwe buren van de straatjongens: vanuit mijn slaapkamerraam kan ik de ‘slaapkamer’ van de jongens zien. Portieken van winkels en fastfoodketens. Voelt apart, zo dichtbij en zo’n andere wereld. Ik kom ze tegen als ik met mn tassen sleep. Ik met alles wat ik had, zij met alles wat zij hadden, niks. De jongens maken wat grapjes, "if you don’t have a place, you can always stay with us." Maar dan erkennen ze zelf: “No margriet it is not good to stay on the street.”
Wanneer iemand de term 'straatjongens' gebruikt om hen te introduceren wordt piet boos. “I’m not a street kid, the street doesn’t make children. I make my day on the street, but I’m not from the street.” De straat is misschien een tijdelijke verblijfplaats, leert ze overlevingsstrategieën en tactieken, maar ze willen geen straatkinderen genoemd worden. Ze hebben een naam. Ze komen altijd ergens vandaan. Het begin is nooit de straat. De jongens hebben eigenlijk een interessante positie. Ze leven tussen een ‘huis’ en straat in. Op straat leven ze naast en van de resten van de luxe. Leven tussen en van twee walletjes. Deze jongens zijn hierdoor enorm vindingrijk. Mijn oude slippers had ik op het project laten liggen, niet meer te gebruiken, dacht ik. De volgende dag zag ik één van de jongens mijn oude H&M teenslippers dragen. Op de één of andere manier hadden ze deze weer gemaakt en was hij blij met zijn nieuwe schoenen…
De volgende dag regende het en ik besloot om gewoon wat rond te lopen om even een Nederlands gevoel te hebben. Jeffreys bay was leeg, ik vroeg me af waar iedereen was. Al wandelend kwam ik een verbaasde Koosie tegen en hij gaf mij het antwoord. “What are you doing margriet?” “Oh just walking around.” Je had zijn ogen moeten zien. “But it rains! You don’t have a playstation?” “Eeh nee, hoezo?” Koosie: “all the white people are sitting behind their playstation and tv when it rains.” Oh ok, daar zijn alle inwoners van J-bay dus : ) “And you koosie, what are you doing?” Eh also walking around. Dit weer is een drama voor de jongens, koud, nat en nergens mensen om geld aan te verdienen. Koosie wijst naar een grote villa en vertelt dat hij dit later ook wil, “I want a woman who cook, clean, wash, I go to work and then she is at home with the children. Zijn droom is een familie een thuis?
Als je even met de jongens op straat een praatje maakt, ben je gelijk de atractie van de dag voor J-bay. Wat moet een groep straatjongens met een blond meisje? Of andersom. "Do you need help, are you ok"? Misschien dat ik naïef ben, maar juist in deze kleine gesprekken op straat kan je misschien soms iets voor hen betekenen in plaats van hen af te wijzen als afval. Ik hoor ze brood vragen aan mensen, zij weigeren: Ronald: “you don’t have to be afraid that I will become fat, so what is the problem?” Hij heeft gevoel voor humor. Net als kosie in zijn roze bontjas terwijl het 30 graden is. Hij zet zijn zonnebril op. "You know mr loverboy is always there..." (waar hij die nou weer vandaan heeft blijft een vraag). Koosi heeft altijd grote verhalen over al zijn 5 ID’s, zijn huis en al het geld dat hij op de bank heeft. Maar dan opeens een uitspraak van Piet: “Koosi weet niet hoe oud hij is.” BAM. Een uitspraak waar een enorme lading achter zit. Koosi heeft geen papieren. Geen bankpas, geen ID, geen geboortebewijs. Koosi bestaat eigenlijk officieel niet eens voor Zuid-Afrika. Koosi de Quasi-burger. Na even een stilte gaat Koosie gewoon weer verder met zijn verkooppraatje: “You want to buy this watch? It is a special watch, on this watch it is always 1 o clock.” Hij staat stil, maar praat eraan voorbij, dat is wat Koosie doet.De volgende dag op het project komt Kristo naar me toe in de keuken: “sissie Daryl is outside and eats old bread from the bin can you make him some food?” Bijzonder om te merken hoe de jongens eigenlijk om elkaar geven en voor elkaar zorgen. Ik loop naar buiten en Daryl stond daar uit een vuilniszak verschimmeld brood te halen. Een jongen van 20, woont soms thuis, maar vlucht soms weer naar de straat. Thembela en ik maken wat brood voor hem klaar en koffie, op mijn best. Hij lacht en gaat daarna voor het gebouw liggen slapen, wachten op de andere jongens. Hij had ooit een droom om surfer te worden, maar als je verslaafd bent is een sponshorship van surfplanken niet genoeg. Later op straat zie ik de jongens lijm snuiven, een pak melk, waar ze wat in roeren en boven hangen. Je weet dat het gebeurt, maar nu ik ze zag vechten op een melkpak met lijm, vond het toch wel even heftig om te zien.
Deze lijm vind je ook terug op de kleren van de jongens. Er is wel meer terug te vinden in de kleren van de jongens. Op de kleren zitten de sporen van het leven van de jongens gemarkeerd: bloedvlekken, sigarettengaten, lijm, modder, tekeningen. Al hun verslavingen, misbruik en strijd zijn te zien op deze kleren, de hardheid van hun leven staat gemarkeerd op deze tweede laag. Ik vind het bijzonder dat ik door het wassen van deze tweede laag ook een stukje echtheid van de jongens mocht zien. Wie zijn ze echt? Wat willen ze echt? Wat zijn hun teleurstellingen? De jongens versieren zorgvuldig hun kluisjes met de foto’s die ik hen had gegeven. Maar daarna zeiden ze gelijk: “margriet you will forget us when you are back in holland, than you just go on with your life.” Ik wil eigenlijk niet dat ze gelijk hebben, maar dat is het rare, ik ga straks in zekere zin ook weer gewoon door, met mijn scriptie schrijven, met in Utrecht mijn leven leven en nieuwe keuzes maken. Maar ergens weet ik ook dat deze reis verder gaat. Les 6 van de afgelopen weken: “Don’t count your days, but make your day count!”
Liefs vanuit de zon vanaf mijn balkon in Jeffreys Bay met uitzicht op zee!














