maandag 14 maart 2011

“Waka Waka: I’m a survivor” en “the girl from the bicycle”


“Today we are going to talk about crime. First we are going to introduce ourselves.” De vrouw van social development wees naar de eerste jongen. Enigszins verbaasd maar niet geschrokken: “my crimes?” (…) Eh nee, je naam, leeftijd, woonplaats en hobby’s… Ergens vond ik het ook wel grappig, hij zat bij wijze van spreken al klaar met een lijstje met zijn ‘crimes’. Misschien zei dit voor hemzelf meer over wie hij was, aangezien respect in het straatleven vaak verdient wordt aan de hand van criminaliteit. Maar hij begon al: “Hello I’m (…) and I live at street number 67. Met een nog serieuzer gezicht: You can ring the door, just make a sound, any sound you want, and you can come in.” Er werd wat gelachen, maar toen de social worker het gesprek startte wisten de jongens precies waar ze over aan het praten waren. Criminaliteit was iets waar ze helaas veel vanaf wisten. De oorzaken van crime? “It is gangsters, the leader made you do things you don’t want but you have to listen to him, otherwise you are gone.” Een andere jongen beaamd dat ‘poverty’ de oorzaak is van alles. “You start stealing, what else do you have to do? Een ander: “It is drugs and alcohol, they are doing the crime.” Voordelen van crime? “Yes broe, it is all about money, if I beg on the street, I make few money, but with stealing you can make a lot. And in prison you get nice pop and bread and that makes you stronger. No I’m joking, in the prison you have no friends, you know: when it is dark, you have no friends.” Zowel letterlijk als figuurlijk. En dan tegen ons: “don’t go on the street at night! You must believe me.” Ja, dat wil ik wel.

Inmiddels ben ik hier al bijna anderhalve maand en geniet ik van alle gesprekken met de mensen bij het Joshua project en het werken met de jongeren en kinderen. Elke ochtend hang ik wat rond in de keuken met Thembela, waar ik leuke gesprekken mee heb, over multiculturalisme in Zuid-Afrika, het leven van de jongens en (over) leven in de townships. Rond 9:00 komen de straatjongens binnen, hebben ze de mogelijkheid om te douchen en krijgen ze een ontbijt. Vaak ontbijt ik mee met de jongens (1/5 van hun portie) en versta ik hier en daar wat straattaalslangafrikaans, stoere verhalen over hun ‘avonturen’ op straat en af en toe wat vragen aan ons. Hoewel het soms lijkt alsof dit niet zo is hebben de meeste jongens de ‘situatie’ enorm goed door: “You know margriet, one day I will buy a car, and bring my wife here, she works and teach the boys, I go to work and than I fetch her, we go home, she cooks a big meal in a biiiig house.” Dan met een enorme grijns naar mij: “Noooo not Kabeljouws (de villawijk waarin ik woonde), that is not good enough for me… (eigenlijk maakte hij mij en de hele situatie gewoon even belachelijk). “Why is everyone calling us in your country negroes? Why are all the white people rich if they came later in South Africa? Why are there only black kids on the street? Waaromvragen waarop daarom niet het logische antwoord is.

De straatjongens krijgen elke dinsdag en donderdagmorgen ABET (Adult Basic Education Training). Voor sommige jongens van 15 houdt dit niet veel meer in dan letters overtrekken en sommen als 2+1. Zitten ze daar in een roze klaslokaal, wat er ongeveer uit ziet als groep 3 Nederland, plaatjes aan de muur ala aap noot mies. Sommige jongens zijn eigenlijk best intelligent en willen ook echt wel, maar die drugs maakt hun hersenen kapot. Terwijl deze jongens eerst gewoon konden lezen en schrijven, zitten ze nu als kleine kinderen in een klaslokaal hun werkblaadjes in te kleuren. Over het sterrenstelsel wisten sommige jongens best wel wat, per slot van rekening kijken ze hier soms de hele nacht naar. Op de vraag wie was de eerste mens op de maan, waren ze er alleen heilig van overtuigt dat dit toch echt Nelson Mandela was. Hier het antwoord op alles : )

Om 12:00 is het tijd voor de lunch en tijdens het afwassen zingen twee jongens liedjes die symbolisch zijn voor hun situatie: I’m a survivor (..) en waka waka this time for africa (…) Maar gezellige gesprekken en liedjes kunnen soms ook meteen uit de hand lopen. Een jongen rent naar de keuken, pakt een mes, rent achter de anderen aan, gooit met stoelen. De jongens lachen een beetje en schrikken er vooral van dat ik schrik. “He is just playing margreet” (ok…) Deze zelfde jongen is 15 jaar maar lijkt niet ouder dan 8. Hij staat erom bekend dat hij het meeste geld binnenhaalt op straat, master in manipulatie en liegen in combinatie met een aandoenlijke glimlach. Het is confronterend om hem op straat te zien en te weten dat hij onwijs verslaafd is en een enorm verhard leven leidt, terwijl het aan de andere kant gewoon nog een klein jongetje is, op zoek is naar geborgenheid en liefde. Je wil hem dit zo graag geven, maar niemand vertrouwt hem echt meer. Nu vlucht hij in de drugs en het leven op straat, maar vind het bijzonder om te zien hoe de medewerkers bij het project geduld en respect en hoop voor alle jongens hier hebben en sommige jongens ook echt aan het veranderen zijn!

Verder hebben we deze week naar een voetbalwedstrijd van de straatjongens gekeken. Mooi om te zien hoe talentvol de jongens eigenlijk wel niet zijn! Functie als ontbrekende ouder aan de kant, catering en supporter. De straatjongens op blote voeten, aanvoerdersband was een kapot stuk wetsuit, letterlijk en figuurlijk een bij elkaar geraapt zootje, het andere team met fancy sokken en voetbalschoenen. Het eind van de wedstrijd was ook interessant, het kostte moeite om alle kleding verzamelen: één van de jongens besloot dat drie broekjes over elkaar wel handig zou zijn als extra ondergoed en werd er zoveel mogelijk eten in en onder hun kleren verstopt. Na de wedstrijd was het weer ieder voor zich. Hun straatkloffie ging weer aan en terwijl wij boodschappen gingen doen, gingen de jongens weer een nacht tegemoet waar ik geen idee van had.

De volgende dag op het project kwam ik weer met dezelfde broek aan. Een broek die ik wel vaker aan heb omdat het gewoon een handige, praktische broek is (ik ken hier toch niemand). Terwijl ik kwam aanfietsen zeiden Koosi en piet (ja dat is echt een naam van één van de jongens) beide: “oeeh margrietie you like that pants, don’t you? You are wearing everyday the same. You must wash it.” Vond het wel een hilarische situatie, want de jongens zijn herkenbaar aan hun kleren, hebben elke dag zo ongeveer hetzelfde aan, broek zonder knopen of rits bij elkaar gehouden met veiligheidsspelden. Verschillende lagen t-shirt over elkaar en altijd iets op hun hoofd, of het nou een kerstmuts, wollen muts, petje, strandhoedje of enorme berenmuts is (...) Maar dit gesprek had wel het resultaat dat ik de volgende dag net iets beter nadacht over wat ik aan zou trekken.

Na de lunch gaan de straatjongens naar ‘huis’ en in de middagen heeft het Joshua project een programma voor ‘basisschoolkinderen’ "Education is the most powerful weapon which you can use..." Aldus Mandela. Maar hoe goed dit educatiesysteem in Zuid-Afrika is, blijkt wel weer op de maandagmiddagen wanneer de jongere kinderen hier geholpen worden met hun huiswerk. Nooit geweten dat paboverhalen van vriendinnen ooit nog eens van pas zouden komen als cultureel antropoloog. Daar sta ik dan, 5 vingers in de lucht, ok daar doe je er twee af, hoeveel vingers heb ik dan? Awonke kijkt me met een enorm blij hoofd en stralende ogen aan: “VIER!” Ze zei het zo overtuigend dat ik het nog bijna zou gaan geloven ook. Ik schrik van het niveau. Kinderen van 10 kunnen letters lezen, maar zien vervolgens niet in dat er ook nog zoiets als een woord staat. Het onderwijssysteem is zoiets als van: stop 60 kinderen in een klas, geef ze geen aandacht, hou ze bezig met wat kleurplaten en laat ze vooral allemaal overgaan, anders zijn de klassen het volgende jaar nog voller. Systeem van schone schijn, zoals wel meer dingen hier. Het blijft een vicieuze cirkel, kinderen komen steeds in hogere klassen, maar lopen steeds meer achter omdat het steeds moeilijker wordt. School is voor de meeste dus meer een soort van bezigheidstherapie. Even voor de duidelijkheid, het gaat hier alleen over de school in de townships. De blanke school in Jeffreys Bay is een stuk duurder, maar heeft dan ook beter onderwijs. Weer even een voorbeeld van de rare verdelingen hier. Maar het mooie is dat er steeds meer kinderen/jongeren/volwassenen uit de townships naar het Joshua project komen voor ABET, waardoor ze dichterbij de verwezenlijking van hun toekomstdromen kunnen komen.

Verder ben ik de afgelopen week weer even achter het belang van een huis gekomen en elektriciteit. Eerst hadden we geen stroom, dan zijn kaarsjes nog best gezellig, maar twee dagen kom je erachter dat elektriciteit opzich wel handig is en word je kaarslicht ook een beetje zat. Een dag daarna hoorden we dat we ons huis uit moesten en anderhalf uur later waren we onze spullen aan het pakken en 20 minuten later zaten we in ons nieuwe huis. This is Africa. Hoewel we dankbaar waren dat dit allemaal zo snel kon gaan, voelden we ons niet helemaal thuis in ons nieuwe huis. Mr. huisbaas was een vriendelijke man, het was alleen niet zo fijn dat ik ’s nachts wakker werd van een geluid, waarvan ik dacht dat het zijn alarm was, maar wat later een huispapagaai bleek te zijn. Ook was het niet zo fijn dat ik vervolgens zijn persoonlijke gesprekken met de huispapagaai kon horen en vond ik de relikwieën van zijn overgrootvader in mijn kamer niet zo sfeervol. Maar een ander voordeel aan Afrika is dat we op de één of andere manier binnen een dag weer een nieuw huis hadden en hebben we afgelopen weekend een bring& braai housewarming gehad : ) Gezellig en leuke variatie aan mensen. Iemand had twee jongens van bovenstaand voetbalteam meegenomen, wat leuke gesprekken en grappige situaties opleverde, maar waar we ook weer even geconfronteerd werden met alle rare verschillen. Ik die met een afstandsbediening wel even onze ‘gate’ open maakte en de jongens die wat zaten te lachen: “This is my first time to eat from a table, ek kom van ’n huis met ’n golfplaten dakkie”.

Soms doe ik alsof het de normaalste zaak van de wereld is dat ik bijvoorbeeld naar een groep olifanten heb gekeken die water over zichzelf heen sproeiden en dat er leeuwen naast je auto liggen te gapen. Maar als ik er wat langer over nadenk, besef ik me weer even hoe mooi het hier eigenlijk wel niet is en dat ik toch echt in Zuid-Afrika ben : ) Aan de andere kant wordt het verschil door zulke dingen als een safari ook meteen weer duidelijk wanneer je de volgende dag op het project van mensen hoor die hun hele leven al in Zuid-Afrika wonen en nog nooit meer olifant hebben gezien dan in een tijdschrift. Dan word ik echt een beetje moedeloos van alle verschillen die hier extra zichtbaar zijn. Wanneer ik van mn ‘huis’ naar het project fiets staan er honderden villa’s leeg. Extra 'vakantiehuisjes'. Terwijl er duizenden mensen een stukje verderop in een krot wonen.

Maar gisteren zat ik op mn fietsje in de zon, na het maken van een lange strandwandeling en besefte ik me weer even wat een voorrecht het is om participerende observatie, ‘being there’ en ‘hanging around’ als onderzoeksmethode te hebben: ) Inmiddels overal herkend als ‘oh you are the girl from the bicycle’, geniet ik naast het Joshua project van het fietsen door Jeffrey, het surfen en het strand! Eenmaal op het strand zat ik wat te schrijven en kwamen liepen een paar jongeren van het project voorbij. Raar om hun zo op het strand te zien, terwijl sommige jongens van hun leeftijd nog zandkastelen lopen te bouwen. Mensen keken verbaasd naar me. Dit waren de jongens waar je bang voor was, niet jongens waar je gezellig een praatje mee gaat maken… Verder geniet ik hier van de kinderen die elke dag na school op je afrennen: “margriiiieeeeet” en ik vervolgens probeer te ontcijferen wat ze allemaal vertellen en ik in mn beste Afrikaans (of slechtste Nederlands) een reactie geef en ik aan de verbaasde gezichten zie dat ik nog een paar lessen te gaan heb. Dan kom ik erachter dat het hier vooral de kleine dingen zijn waar ik van geniet. Bijvoorbeeld de zon die schijnt, een kort praatje met één van de straatjongens, de humor van hen, een bemoedigend gesprek met de staf bij het project, een strandwandeling, surfles, afwassen met Thembela, met je fiets van de berg af met een uitzicht van de zon op de zee, kaartjes en berichtjes uit Nederland en een knuffel van een vijfjarig meisje, Amor, uit Pellsrus (één van de townships) die zo ongeveer de hele middag aan mijn hand heeft gelopen. Amor heeft me dan ook even les 4 van de afgelopen weken geleerd: dankbaar zijn voor al het kleine.

Vanuit de Afrikaanse zon nog even een liedje (Stef Bos 'Tydbom'), wat eigenlijk bovenstaand verhaal even samenvat : )

Die struggle is verby
Die nuwe tyd is lankal daar
Maar die rykes word ryker
En die armes kry swaar
En ek sien op die teerpad
Naar muizenbergstrand
Die shaks van Khailitisha
En die plakkerskamp

En ek hoor die tijdbom tik

Die rook hang boe langa
Die vliegtuie styg op
En n swart man by die robot
Wil my ‘n sonbril verkoop
Wat gaan aan in sy kop
En wat dink hy oor my
Daar was so baie beloftes
Maar wat het hy gekry

En ek sou hom wil vra
Wie hy is hoe hy leef
Maar die robot raak groen
En my kar moet beweeg
En die Kaap lyk so mooi
In die somerse son
En die wind is so stil
dit voel asof daar
‘n storm gaan kom

Die tydbom tik

Die kleure van die reenboog
Weggespoel deur die geweld
Die diktatuur van toe
Is nou die diktatuur van geld
Die ideale word verkoop
Die kapitaal is aan die mag
En Steve Biko is moeg en
Draai homself om Is sy graf
Want wat hy sien
Maak hom sick

Want die tydbom tik

Jy kan n fok voel vir die toestand
In hierdie land
Jy kan ook n brug bou
Naar die ander kant
Jy kan na die tv kyk
Tot die oggendlig
Jy kan jou oë sluit
Met n sepie of n flik
Maar die tijdbom tik

vrijdag 25 februari 2011

Dear diary (…) als ik later groot ben wil ik een huis, met schoorsteen

“We speelden ooit verstoppertje
in de pauze op het plein
we hadden grote dromen
want we waren toen nog klein

de ene werd een voetballer
de ander werd een held
we geloofden in de toekomst
want de meester had verteld

jullie kunnen alles worden
als je maar je huiswerk kent
maar je moet geduldig wachten
tot je later groter bent (…)”
(Stef Bos: Is dit nu later)


Terwijl ik op mn fiets terug van het project en een beetje zat te dagdromen luisterde ik dit nummer. De gesprekken van afgelopen week stonden in het teken van toekomstdromen en het al dan niet kunnen verwezenlijken daarvan. Afgelopen week zat ik op een stoepje wat gedachten op te schrijven en opeens kwamen er een aantal meisjes naar me toe: “Jy is altijd aan die skryf, skryf, skryf” en vroegen of ze mijn journal mochten zien. Dat mocht, op één voorwaarde, dat zij morgen hun dagboeken zouden meenemen. Ik had geen idee of ze die überhaupt zouden hebben, maar de volgende dag kwamen ze met een verzameling aan dagboeken naar me toe : )

“My name is J. I’m 14 years old, I live in the location Pellsrus in Jeffreys Bay, it is my dream to become a moviestar and marry Justin Bieber (…) and go away and when I come back, I’m going to help the people here.” Maar haar allergrootste droom: “I want to go to Disney world.” Vond het wel een treffende uitspraak. Haar droom is een sprookje, een attractiepark ter ontvluchting van de realiteit? De meisjes noemen zichzelf ook wel ‘New York dreamers’, een passende samenvatting na het inkijken van hun dagboeken (wat is er zo leuk aan Justin Bieber?…) Maar in schril contrast met al deze plaatjes van popsterren en rozegekleurde stickers staan de ‘gebeurtenissen’ van de dag: “Today was not a nice day. My father was home but drunk again. He is not like a normal father, how a father should be. He was very angry and sometimes I don’t know what to do.” (…)

Hun dagboek kan gezien worden als zowel een autobiografie, het zichzelf op de kaart zetten, als ook een strategie om hun levensverhaal mooier maken: het verzamelen van plaatjes en het versieren van de realiteit waarin ze leven. In hun dagboek hielden ze ook een verzameling bij van brieven die ze van vriendinnen hadden gekregen, hoe meer briefjes hoe populairder en belangrijker je was. Zo zie je maar, facebook is eigenlijk helemaal geen nieuwe uitvinding. Doen we hier eigenlijk niks anders? Ons leven een beetje versieren en mooier maken dan het soms is, ‘briefjes’ verzamelen en hieraan onze belangrijkheid afmeten? Met als verschil dat deze meisjes met 5 of 6 of 7 of 8 of meer, familieleden in een shack wonen, net iets kleiner dan de gemiddelde studentenkamer en er per persoon soms meer wordt gedronken dan de gemiddelde student. De vader is vaak afwezig, aan het werk, op zoek naar werk, doen alsof hij aan het werk is, of ‘fixing things’ (wat dit dan ook mag inhouden).

Dat is iets wat me hier opvalt, raakt en soms boos maakt. De mannen, die vaak weglopen van alles waar ze mede verantwoordelijk voor zouden zijn. Je wil het niet normaal gaan vinden maar vreemdgaan en bedriegen lijkt bijna de norm te zijn. Net een kopje koffie gedronken met de schoonmaakster van mn onderbuurvrouw. Een Xosa vrouw in de eind twintig, ze heeft een enorme buik (one month to go) en een husband die aan het ‘around sleepen’ is. Met een enorme glimlach op haar gezicht probeerde ze er nog een soort van grapje van te maken “lucky for her I’m pregnant, otherwise, oesh I had beaten her”. Maar het is wel zij die uiteindelijk een nieuw huis moet zoeken en voor het kind moet zorgen, terwijl hij zn gang kan gaan. Vrijheid lijkt voor de mannen hier belangrijk te zijn. Waar de meisjes ‘thuis’ met de gevolgen zitten van deze vrijheid, terwijl de mannen vaak wat rondhangen op straat.

Maar toen de jongens als opdracht hun droom op papier moesten zetten, tekende een jongen een huis. Niet zomaar een huis, maar een huis met een lange oprijlaan, een oprijlaan waardoor je je welkom voelde. Een huis met een dak, en niet zomaar een dak, een dak met een schoorsteen. Een schoorsteen waar rook uitkwam. Het was niet zomaar een huis, maar een thuis met gezelligheid en de warmte van een haardvuur. Waar de jongens soms grenzeloos zijn in hun vragen stellen en opmerkingen maken over je vrouw-zijn, raakte deze tekening me en deed het me anders naar de jongens kijken. Hun droom heeft van alles te maken met waar zij nu niet zijn, terwijl ze wel willen.
De toekomstdromen van de jongens hebben vooral te maken met een thuis en gezien en gehoord worden en ergens bijhoren. Rapper, zanger, schrijver of advocaat, het maakt niet precies uit wat, maar hun verhaal moest gehoord worden. Ook komen we in veel gesprekken terug over het hebben van een identiteitsbewijs. Voor ons iets vanzelfsprekends, maar voor veel mensen hier niet, terwijl het woord op zich al het belang laat inzien. Een voorwaarde en bewijs om te bestaan, om ergens bij te horen.

Voor een andere jongen was ‘soccer’ een grote droom. Hij kon zich de worldcup nog goed herinneren en tekende een voetbalveld met zichzelf erop. Maar als ik verder vraag krast hij het door, verscheurt het blaadje en gooit het weg. Is dit symbolisch voor de beloofde hoop van het WK? Een opgepropt briefje in een hoek waar niemand meer naar kijkt? Als het aan Billy (de organisator van voetbalprojecten in townships tijdens het WK) ligt niet. Voor hem was niet alleen het WK geslaagd, maar Zuid-Afrika hiermee ook. We moeten nu alleen een beetje geduld hebben. Geef het de tijd. Het WK zal symbool staan voor de toekomst die gaat komen. De jongeren moeten weer gaan geloven in hun dromen: “Believe to achieve”, dat moet het motto worden van het nieuwe Zuid-Afrika, aldus Billy.

Wat betekent vrijheid hier? De straatjongens hebben geen regels, hun cultuur is vrijheid. Vaak één van de redenen waarom ze ‘kiezen’ om op straat te leven. Maar hoe vrij is deze keuze? Ik denk niet dat deze jongens weggegaan zijn van een huis met een oprijlaan en een schoorsteen waar rook uitkwam. Kan je pas echte vrijheid hebben als je eerst de veiligheid hebt van een thuis?

Ook persoonlijk ontdek ik hier weer opnieuw iets over vrijheid na een spontane picknick bij Colleen. Zij was de stad en het gehaaste leven zat en verhuisd naar een cottage in de middle of nowhere. Inclusief een privé-meer en ochtendwandelingen in de bergen zover je kan kijken (en inclusief geen bereik, in welke vorm dan ook). Achteraf bleek deze picknick haar verjaardagsfeestje te zijn, ze had hier niks over gezegd omdat ze geen zin had in mensen die zich dan verplicht zouden voelen om te komen en ‘crappy presents’ zouden kopen : ) Deze picknick zette me even stil bij alles wat ik hier mag beleven.

Een week vol met zon, voetballen met de straatjongens op het strand, het geven van een soort van ‘theaterlessen’ aan de kinderen (zet een hoed op en alle schaamte is weg), mooie gesprekken met de medewerkers en kinderen hier, steeds beter semi-Afrikaans leren praten (Nederlands met een Belgisch accent zonder werkwoorden te vervoegen) het les krijgen in het maken van pap en Zuid-Afrikaanse lunch, ijskoffie op terrasjes, uitwaaien op het strand, aangehouden door de politie voor mn 'afwijking' naar rechts:) rare beesten in je huis en een safaritocht in vooruitzicht! Voor nu wil ik afsluiten met iets wat ik van een heel leuk persoon doorgestuurd kreeg en me stilzette bij les nr 3 van deze week: In plaats van alleen maar dromen over ‘later’ meer genieten van ‘nu’ : )

Ik ben soms te blind om te zien wat ik heb
"Verdwaal soms nog steeds ook al ken ik de weg
En ik ben vrij als een vogel die de storm heeft overleeft
Met de wind in de rug en ik klaag soms nog steeds
Maar ik ben gelukkig ook al zie ik het niet
Te veel ontevreden met alles te weinig tevreden met niets."
(Stef Bos – Gelukkig)

dinsdag 15 februari 2011

Over ‘thuis’ en ‘moe nie worrie nie’

“If you have a home, go home. If you don’t have a home, you have a problem”, aldus één van de straatjongens. In een notendop zijn ‘probleem’. Het lijkt een nogal simpele constatering, maar voor hem schuilt er een enorme complexiteit achter dit ene zinnetje. Letterlijk gevlucht van ‘huis’ op zoek naar een beter ‘thuis’ in Jeffreys Bay. Maar door teleurstellingen figuurlijk aan het vluchten in de drugs om even weg te zijn uit hun nieuwe ‘thuis’, de straat en alles wat daarbij hoort.

“Jy moet wel gek in jou kop wees,” verbaasd over het feit dat ik mijn huis en alles wat daarbij hoort even achter me laat. Voor mij krijgt ‘thuis’ hier dan ook een nieuwe betekenis. Je gaat pas echt merken wat een thuis voor je betekent en het extra waarderen als je hier even weg van bent. Toch voelt het ook confronterend als S. heel duidelijk zegt, “if you have a home, go home” en ik zit hier, naast dat ik meewerk aan het project, ook een beetje de toerist uit te hangen en mijn onderzoek uit te voeren, terwijl ik weet dat ik over drie maanden weer naar een huis terug kan keren. Maar ja, voorlopig wil ik graag “ 'n bietjie gek in my kop sy” en nog een poosje weg blijven van ‘thuis’.

Die jongens zijn enorm verhard en ik weet half niet wat ze allemaal uitvreten, maar ergens vind ik ze ook grappig en (misschien ben ik nu heel naïef) zijn het gewoon goede gasten die té veel hebben meegemaakt. Wanneer S. een relaas houdt over zijn leven op de straat en zijn gedachten over de mensen van Zuid-Afrika zegt hij ook het volgende: “on one day, I will buy a flower ánd a present, and I give it to a nice woman. But not now, you know, I smoke… People think I’m stupid, oh he lives on the street, so he stinks and is stupid, but I’m not.” En vervolgens gaat hij verder met een interessante definitie van slim en dom: “Kijk, je hebt domme mensen en je hebt slimme mensen. Domme mensen slapen onder een boom en de slimme mensen onder een zak, maar ook sommige domme mensen, die dan ín een zak gaan slapen en stikken.” (…) Hoewel er vast een heleboel onzin zat in zijn relaas van ongeveer een half uur, klonk er in door dat hij droomt over een betere toekomst en een thuis, maar gewoon te verslaafd is om er écht uit te komen. Ik ben benieuwd naar de komende tijd en wat ik van hen kan leren.

Verder zou ik één keer per week gaan meehelpen met het uitdelen van eten in de townships. Vanuit een grote witte BMW werd er eten (de overdatum left-overs van supermarkten) afgedropt bij kwetsbare families in de community. Het voelde een beetje ongemakkelijk, continuering van apartheid, maar ergens was het een interessante ervaring om zo ook de visie van de blanke Afrikaners te horen en zien. Deze townships in Jeffreys Bay bestaan uit duizenden ‘Mandela huisjes’ die er van de buitenkant redelijk mooi uit zien, waardoor je op het eerste gezicht kan denken dat ‘zij het nog helemaal zo slecht niet hebben’, maar van binnen speelt zich letterlijk en figuurlijk de ellende af. Achter alle Mandela huisjes staan duizenden shacks, die je (per stuk) voor 400 Rand per maand kan huren. Symbolisch voor de regenboognatie en hoopvolle verhalen rondom het WK, maar wat is er van over gebleven? Een ‘schone schijn’ van mooie huisjes met verborgen in de ‘achtertuin’ duizenden krotten. Wees creatief met afval en bouw je eigen shack, voor slechts 400 Rand per maand, extra uitdaging, zonder water en met lekkage…

Waarschijnlijk ga ik zelf meer leren dan dat ik kan toevoegen en ontdek ook weer opnieuw dat het om het kleine zal gaan. En les 2 voor deze week, een uitspraak die je hier vaak tegenkomt: “Moe nie worrie nie”, het leven nemen zoals het komt en niet te veel zorgen maken. Het-komt-wel-goed. Ook met de tijd nemen ze het niet zo nauw. Now now = misschien nu, maar kan ook over een paar uur zijn, of morgen, of gewoon niet : ) Verder heb ik een record verbroken met kleine kinderen die op je schoot zitten terwijl je een film kijkt, teamwork in de praktijk gebracht na een Afrikaanse overstroming op het project en geniet ik van zon/zee/strand, sterren kijken vanaf mijn balkon, het leven hier in Jeffreys Bay en de vrijwilligers, kinderen en jongeren bij het Joshua project. Ja, ik voel me hier steeds een beetje meer thuis!

“The future belongs to those who believe in the beauty of their dreams(?)”

maandag 7 februari 2011

déjà vu en op mn fiets langs de palmbomen

Ja, daar zit je dan opeens in Zuid-Afrika. Weer terug maar ook weer niet. Hoewel ik hier minder dan een jaar geleden nog was, lijkt het alsof ik in een totaal ander land zit. Toch heb ik het gevoel alsof ik weer een beetje thuis ben. De geur van oploskoffie, smaak van mango’s, de zon die schijnt, de kleverige rijstachtige pap met bonen, de mensen die langs de weg lopen en de enorm rare verdelingen in dit land, tussen zwart en wit, krot en villa, arm en rijk. Wil de echte Zuid-Afrikaan opstaan?

Na een mooi afscheid op Schiphol besefte ik me weer even iets meer dat ik dus echt weg zou gaan. Veel tijd om na te denken in het vliegtuig had ik niet, want Airfrance had besloten om mij, ongeveer 1.60m, vier stoelen voor mezelf te geven, waardoor ik de hele vliegreis heb geslapen (en de mensen die mij een béétje kennen weten dat dit best bijzonder is: ) ) Met mn slaaphoofd kwam ik aan in Johannesburg en terwijl ik in mn chillmodus door de douane aan het gaan was, kreeg ik opeens een helder moment dat de klok een uur vooruit was gegaan en dat ik volgens mijn ticket nog 3 minuten had om mn vliegtuig richting Port Elizabeth te halen. Onmogelijk dus. Veel tijd om in paniek te raken had ik niet want mr. medewerker-op-vliegveld-johannesburg-you-can-call-me-stephen heeft er, gecombineerd met mijn waarschijnlijk nogal wanhopige blik, voor gezorgd dat ik alsnog op het geplande tijdstip in Port Elizabeth aankwam.

Uiteindelijk in Jeffreys Bay (na een autoritje met palmbomen langs de weg alsof het de normaalste zaak van de wereld was) werd ik door mijn nieuwe huisgenootjes verwelkomd met fijne maaltijd en daar zat ik dan opeens. Van een leven waarin ongeveer elk gaatje vol gepland was naar een nogal lege agenda. Van een omgeving waarbinnen ik in nog geen kilometer afstand verwijderd was van lieve vrienden naar een afstand van ongeveer 9725 kilometer. Van de universiteitsbibliotheek en het schrijven van mooie wetenschappelijke woorden naar een plaats waar deze woorden opeens de harde werkelijkheid raken. Een tijd en ruimte om tot rust te komen en avontuur aan te gaan, te onderzoeken en hierin iets te delen, te geven en ontvangen.

Ik zit hier dan ook niet zonder doel. Na mijn vorige reis naar Zuid-Afrika heb ik besloten om een master te gaan volgen bij Culturele Antropologie: multiculturalisme in vergelijkend perspectief. Zuid-Afrika als het model van de ‘regenboognatie’ en de verhalen rondom het WK 2010 hebben mij doen besluiten om in het kader van mijn master hier mijn veldwerk uit te voeren. Daarnaast werk ik de komende drie maanden als vrijwilligster bij het Joshua project waar ik zowel ga werken met straatjongeren als mee ga helpen met een huiswerk/schoolproject.

Het WK heeft het contrast tussen arm en rijk pijnlijk uitvergroot. Zwart en wit, arm en rijk, township en stad, geen en wel toegang tot het WK evenement. Terwijl townshipsbewoners, die dagelijks afhankelijk zijn van openbaar vervoer, tevreden moeten zijn overbevolkte minibustaxi’s, staan er peperdure pendelbussen van het WK te verroesten. De stadions die miljoenen hebben gekost en nog steeds kosten, staan leeg, terwijl men in de townships tevreden moeten zijn met afgetrapte veldjes. Via allerlei wegen in de media werd er gecommuniceerd dat het WK Zuid-Afrika zou veranderen en voor een nieuwe eenheid in de verdeelde regenboognatie moest zorgen. Het WK moet bijdragen aan de bestrijding van armoede, een impuls geven aan economie en toerisme, en zelfs gebruikt worden om de aidsepidemie aan te pakken. Toch beseffen steeds meer mensen dat het WK lang niet voor iedereen die voorspoed brengt. Wat is er van deze nationale eenheid gekomen, hoe staat het met de huidige Zuid-Afrikaanse samenleving in de schaduw van het wereldkampioenschap en wat is er van de hoop over gebleven? En vooral, hoe kijken de jongeren in de townships van Jeffreys Bay hier zelf tegen aan?

Jeffreys Bay is raar. Hoewel de apartheid een poos geleden is afgeschaft is deze hier voelbaar en zichtbaar gewoon nog aanwezig. Als je maar aan de ‘juiste’ kant blijft kan je prima in je eigen wereldje van villa’s blijven leven en doen alsof er niks aan de hand is. Maar als je even verder rijdt zie je een hele andere ‘wereld’, een wereld van duizenden krotten waar heel toevallig alleen maar ‘zwarte’ mensen wonen. Als ik vanuit mijn huis langs alle villa’s naar het project fiets (hoe Nederlands: ) ) vraag ik me af wie er zich het meeste thuis voelen in Zuid-Afrika. De blanken creëren een mini-thuis in hun villa en bouwen een hek eromheen. De ‘zwarten’ creëren een thuis op straat, met hun krot als symbool en bepalen eigenlijk ook het leven van de blanken. En andersom. De jongens zijn ‘dakloos’, maar zijn ze ook ‘thuisloos’? De blanken zijn misschien niet dakloos, maar wel thuisloos? Er klopt gewoon iets niet en uit alles blijkt dat de hoop van het WK hier niet perse aanwezig is.

Dit werd even heel erg duidelijk vanmorgen, mijn eerste dag op het project. Elke ochtend komt er een groep straatjongens voor ontbijt, onderwijs en lunch. Hoewel ik alleen nog maar een beetje heb meegelopen schrok ik van de gesprekken (how was your weekend? Nie goed nie. Why? Ek is gekap. What? Cut with a knive. ok...(een jongen van 14 jaar). Ik vond het heftig om te bedenken wat ze ’s nachts allemaal wel niet zouden meemaken en ze in hun ogen te kijken, waar weinig leven meer in stond, verslaafd en verhard. Het zijn de jongens die je ’s nachts niet tegen wil komen als je in je eentje rondloopt, maar als je hun zo ziet dan kan je niet anders dan hier niet meer bang voor zijn.

Maar ook ik doe keihard mee aan de verdelingen. Want ik ben ook maar een meisje die op haar fietsje door J-bay rondfietst (weten ze ook gelijk dat ik Nederlander ben). Die na het werk teruggaat naar een (bijna) villa, na boodschappen te hebben gedaan bij een supermarkt met mogelijk nog meer keuzes dan in NL en met een handdoekje op het strand ligt na haar surfles. Het is maar raar verdeeld, welkom in Zuid-Afrika, maar ben benieuwd naar de komende tijd en het kleine beetje wat ik hierin kan bijdragen en ontdekken.

Les 1 voor deze week: geduld (this is africa) en doorzettingsvermogen (mijn eerste surfles: )) en dat het niet uitmaakt hoe of wat je doet, als je het maar met liefde doet (of zijn dit alweer drie lessen?) Een andere les is dat ik keihard slang-Afrikaans moet gaan leren (de taal van de straatjongens) of ik het nou wil of niet. Verder houd ik me vast aan de gedachte ‘hoe fijn het eigenlijk is om mensen te hebben die je kan missen’, want stiekem vind ik dat best wel lastig nu maar het maakt me ook weer extra dankbaar voor alle lieve mensen in Nederland! (maar nog even een kleine maar niet onbelangrijke toevoeging, ik heb echt leuke huisgenootjes die ervoor hebben gezorgd en zorgen dat ik me hier snel thuis voel en ga voelen!)

Liefs vanuit Jeffreys Bay van een beetje verbrande Meet op teenslippers

Margreet Moesker
14 Kabeljauwsroad
Jeffreys Bay 6330
South Africa

maandag 7 juni 2010

De kleurenblindheid van Zuid-Afrika: twee werelden, één WK?


"Wave your flag", "Waka waka, this time for Africa". Via allerlei vormen, radio, tv, kranten, tijdschriften, worden we geconfronteerd met het aankomende WK. Een maandje ben ik terug uit het gastland van de aankomende worldcup. Zuid-Afrika, een bijzonder land, met rare spanningen en enorme tegenstellingen. Bij het luisteren van bovenstaande nummers komt er een raar gevoel bij me naar boven, wie zegt dat het tijd is voor Afrika? Een Zuid-Amerikaanse vrouw met geblondeerd haar?

"It must be a year in which we put South Africa first, and take forward our collective mission to shape this country into one of the most successful constitutional democracies in the world," zei Zuma.

Ik betwijfel het, 93% van de bewoners van Zuid-Afrika zal er helemaal geen profijt van hebben, sterker nog, de verschillen zullen waarschijnlijk alleen maar groter worden. Hoe eenvoudig het omtoveren tot een succesvolle democratie zal gaan blijkt uit een oneindig uitzicht van krotten, huisjes gemaakt van glofplaten en wrakhout, zonder stroom of drinkwater. Welkom thuis bij het grootste gedeelte van de Zuid-Afrikanen.

Ik weet nog goed het moment dat ik de Zuid-Afrikaanse vlag aan het schilderen was op de gezichten van de kinderen in de townships. Ik markeerde hun gezicht met het nationale symbool van Zuid-Afrika, ik had de macht om een vlag op hun gezicht te tekenen, dat is wat ze gewend zijn. Toen ik vroeg of ze ook een vlag bij mij wou schilderen begonnen ze raar te lachen. Allereerst dachten ze dat ze het niet konden, maar later leek er ook andere twijfel aan ten grondslag liggen. Ik was wit, en kon onmogelijk trots zijn op de Zuid-Afrikaanse nationaliteit. Uiteindelijk werd op mijn gezicht ook de Zuid-Afrikaanse vlag geschilderd en men keek mij met gemengde blikken aan.









Nu ik hier weer terug ben in Nederland heb ik de eer om een paper te schrijven over de aankomende worldcup, naar aanleiding van de film 'Invictus' in het kader van de cursus 'Etniciteit en Nationalisme'. Na decennia van apartheid, haat en wantrouwen tussen wit en zwart, probeert de net gekozen president Mandela de groepen te verzoenen en verenigen om een nieuw Zuid-Afrika te bouwen. De regenboognatie... Mandela gebruikt hiervoor het wereldkampioenschap rugby (1994), waarvan ZA gastland is. Hoe zal dit zijn voor 2010, zal het WK ook voor eenheid zorgen? Voor wie is het WK eigenlijk, waar ligt de macht en in hoeverre werkt het systeem van apartheid nog steeds door? Wat zijn de verhalen van individuen en is het een tijd van verandering? Één land, veel culturen, nationaliteiten, diversiteit: ruimte voor eenheid?

De komende dagen zit ik in de UB en heb het nog nooit zo leuk maar ook lastig gevonden om een paper te schrijven...

dinsdag 27 april 2010

Vulkaan en Alice in wonderland


Een vulkaan heeft mijn wens om langer in Kaapstad te blijven vervuld. Wel was de dag op het vliegveld maar een rare dag. De ultieme test in geduld, vertrouwen, loslaten en accepteren. Al mn koffers ingepakt, instapkaart gehaald, klaar om weer terug te gaan naar Nederland en dan blijkt het opeens 'impossible' te zijn. Drie uur in een rij staan, wat uiteindelijk een verkeerde rij bleek te zijn, chaos op het vliegveld, niemand wist iets, en uiteindelijk besloot ik terug te gaan naar Muizenberg.

Waar ik eerst alleen maar dacht aan alle dingen die ik in Nederland zou gaan missen, kwam een nieuw avontuur dichterbij waar ik verder van het vliegtuig vandaan reed. Ik voel me als Alice in Wonderland, die wakker wordt en elke dag in een nieuw konijnenhol valt en een avontuur beleefd zoals ik nooit had kunnen plannen. Het is bijzonder hier, nieuwe ontmoetingen, strandwandelingen, koffie in de meest gezelligste cafétjes ooit, reggaebandjes, schilderlessen, Afrikaanse danslessen, zonsondergang, zonsopgang, surfen en berg beklimmen. Het voelt onwerkelijk hier en geniet van de vrijheid. Het is bijna grappig om te zien hoe alles op zn plaats valt. Maar het is goed voor nu en heb zin om iedereen weer te zien. Op 29 april stap ik in het vliegtuig (hoop ik) en kom 30 april rond 10.30 op Schiphol aan. Gaat er nog wat gebeuren met Koninginnedag in Utrecht? : )

vrijdag 9 april 2010

Voor het laatst, nieuwe vrienden, mijn pre-school en Capetown!

Over een week loop ik weer rond in Nederland. Ben ik weer student. Fiets ik door Utrecht. Ga ik weer naar borrels. Drink ik weer koffie met vrienden, thee op mn bank. Brood met banaan, etentjes met vriendinnen. Hond uitlaten met mama. Eet ik weer pasta met zalm. Zit ik in de trein. Praat ik weer Nederlands. Ga ik naar mn kringhuis. Schrijf ik mijn scriptie. Loop ik weer langs de oude gracht, studeren in de UB, cafétjes met vrienden, gebruik ik weer een agenda.

Dit is waarom ik Zuid-Afrika zo enorm ga missen:

Sandile die in mijn armen in slaap valt in een Zuid-Afrikaanse kerk waar de muziek meer dan hard stond.


Het rondhangen met Afrikaanse vrienden, het praten over hun dromen, hoop en het leven in Afrika, waar tijd geen rol speelt en we heel veel lol hebben.


Het eten van kippenvoeten, pap en beans






De ontmoeting met Busi (linksonderin de foto) drie maanden geleden bij een feeding in Dwaleni. Enorm grappig maar verhard, 11 jaar, ze leek me niet te mogen. Twee maanden later liep ik aan haar hand terwijl ze mij een rondleiding door haar school gaf, introduceerde ze mij met trots als haar nieuwe vriendin en zus.

Het eten van koe-ingewanden in Kabokweni, praten met Ncobile en Khethiwe, rondhangen met de kinderen en het leren van Afrikaanse songs en dansen.

Het meehelpen met twee Afrikaanse werkers en Chris aan het bouwen van een nieuw huis voor een weesjongen. Binnen een paar minuten bleek dat het sjouwen van stenen en het maken van cement niet een van mijn talenten blijkt te zijn, maar het runnen van een Afrikaanse pre-school wel. Met een paar planken, Afrikaanse liedjes en spelletjes, een paar touwtjes, wat krijt en kleurplaten hadden we een soort van pre-school gecreeerd : )


Naast het bouwen van huizen zijn Enklanka en Bethel ook enorm goed in het koken van kippennek. Het maakte helaas niet al te veel indruk op mij. Tijdens de lunch hadden we een gesprek over hoe de relaties tussen een man en vrouw in Afrika werken.. een van de redenen waarom ik wel weer blij ben dat ik in Nederland woon. Naast hun kooktalenten en bijzondere ideeën hadden we wel enorm veel lol en ga ik ze missen.


Vorige week was alles 'voor het laatst'. Niet leuk, veel tranen, maar van vreugde en dankbaarheid. Ik werd bemoedigd dat ik geslaagd ben voor de test en dat ik nu een 'African woman' ben. Ga het enorm missen, maar zie er aan de andere kant ook naar uit om weer terug te gaan naar Utrecht. Soms ben ik bang dat alles weer hetzelfde gaat zijn. Niet dat ik mijn leven niet leuk vond, maar ik heb teveel mooie dingen in Afrika geleerd die ik niet wil loslaten. Mijn tijd hier heeft me leren vertrouwen als geen ander, leren niks doen alsof het niks is, te rusten, zonder planning te leven, wat vriendschap is, wat liefde betekent, in vrijheid te leven en te geven. Het heeft mijn ogen geopend en deze reis gaat hopelijk verder in Nederland.

Nu in Kaapstad, een reis samen met Caroline en Chris, combinatie van werken in de krottenwijken, surfen, kajakken naar de pinguinbeach, het beklimmen van de tablemountain en rondhangen in de stad. Geen verkeerd einde van deze tijd : )

"Give your entire attention to what you're doing right now, and don't get worked up about what may or may not happen tomorrow. He will help you deal with whatever hard things come up when the time comes"

See you!

donderdag 1 april 2010

"Homestay of the year” award


Hoe kan ik dit ooit op een mooie manier opschrijven. Valt het wel mooi op te schrijven? Vorige week werd ik gedropt in Kabokweni en mijn ‘homestay’ begon. Groente en koe-ingewanden in stukken snijden (en eten), meehelpen bij de feeding, veel kinderen om je heen, plassen in een boterkuipje en met z’n vieren in één bed.
De homestay zou mij meer doen laten begrijpen waarom de Afrikanen drie keer per dag de vloer dweilen, ook als er niet eens een normale vloer ligt. Het zou me meer doen beseffen waarom ze hun weinige geld uitgeven op de manier waarop ze het uitgeven. Ik zou beter begrijpen wat het betekent om niks te hebben en waarom een meisje van 21 twee jonge kinderen heeft. Twee dagen zou ik logeren bij Khethiwe, drie dagen bij Ncobile.

Door de week werken ze beide als vrijwilligster bij de feeding in Kabokweni, wat ook functioneert als een soort van kinderdagverblijf. Overdag bestond dus voornamelijk uit groente snijden en de jongere kinderen bezig te houden, of eigenlijk hielden zij ons bezig. Ghoto, mijn lievelingsbaby daar, made my day. Margreet met een ochtendhumeur, maar daar is dan de meest schattigste Afrikaanse baby ever, naar je toehoppend, armen uitgespreid, breedlachend en roepend MIMI : ) (soort van mama alleen dan net niet)

’S Avonds ging ik met Khethiwe mee naar haar huis en besloot toen dat het best wel prima is om nog een poosje met kinderen te wachten. Het avontuur begon en hiermee ook het leven op 8m2 met twee jonge kinderen, Khethiwe en ik. Gehuil, lawaai, poepluiers en meer. Met de minuut kreeg ik meer bewondering voor Khethiwe. Ze runt een heel huishouden in deze paar vierkante meters. Het huisje heeft niet zoveel inhoud, maar toch is het overvol. Khethiwe schijnt niet zoveel met haar oudste dochter te hebben: Fikile, vijf jaar oud, wordt elke ochtend op straat gedumpt en mag als het donker wordt weer terugkomen. Khethiwe weet niet zo goed wat ze met haar aanmoet, brutaal en agressief als ze is, maar ze had mijn hart gestolen. Met trots haalde ze haar schat tevoorschijn, een kleurboek dat al meer dan vol gekleurd was. Alle ruimte om de kleurplaat heen was zo ongeveer al vol getekend, maar geen probleem je kan hier nog best wel nog een keer overheen tekenen. Khethiwe sloeg haar enorm veel en hoewel ik weet dat dit in de Afrikaanse cultuur redelijk normaal is, deed het me enorm veel pijn. She makes me angry, zei Khethiwe, maar Fikile wou alleen maar spelen… Het was erg lastig om dit te zien en niet in te kunnen grijpen. Wat weet ik nou van kinderen opvoeden en een huishouden runnen? Ik leef in een huisje wat 20 keer zo groot is en heb de vrijheid om te doen wat ik wil zonder rekening te hoeven houden met poepluiers. Het enigste wat ik kon doen is Fikile laten weten dat ik van haar hield en dansten wat rond. In het begin werd deze aandacht van mij genegeerd, maar uiteindelijk kreeg ik een enorme knuffel en een: “you always stay here greetiegreetie?” De radio stond aan en ze wees naar mij: greetiegreetie! Vervolgens vertelde ze aan alle mensen dat Madonna bij haar sliep, eh ja : )

We kookten wat maïspap en kip en daarna was het tijd om te 'douchen'. Ik had eigenlijk besloten van, weetje wat, ik douche na een paar dagen wel weer, een soort van noviciaatsgevoel. Maar in de Afrikaanse cultuur is het 1. heel erg onbeleefd om een bad af te wijzen en 2. ze denken dat je gek bent. Dus ja, ik wou ook een douche nemen. Khethiwe vulde een afwasteiltje met 1,5 cm regenwater (hetzelfde teiltje dat ook als toilet diende) en zei: "ok you can go now." Ik snapte eerst niet precies het hoe en wat, maar het was toch echt de bedoeling dat het afwasteiltje mijn ‘douche’ voor de komende dagen was. Wat onwennig deed ik mijn kleren uit, ging ik in het afwasteiltje staan en gooide wat water over mijzelf heen, met de blik van zowel Khethiwe als haar kinderen op mij gericht. Heb me nog nooit zo op mn gemak gevoeld : )

Uiteindelijk sliep ik met Khethiwe en haar jongste dochtertje in één bed. Fikile sliep op de grond, gewikkeld in plastic.. Gezellig is niet precies de juiste omschrijving. Chamin plaste en poepte in haar bed (en dus ook in mijn bed én mijn arm…)

Ik weet zelf nog niet zo goed wat ik hiervan moet denken. Het was bijzonder om een paar dagen bij Khethiwe te logeren, maar ook enorm schrijnend, ze is veel te jong om met twee kinderen in een krot te leven.

Na drie dagen vond er een verhuizing plaats naar het hutje van Ncobile. De reis ernaar toe was amazing. Berg op, riviertje over, berg af, berg op, struikgewas, bagage op ons hoofd, nog meer riviertjes, klimmen over rotsen en uiteindelijk kwamen we aan bij haar hutje boven op een berg in Kabokweni. Niet realiserend dat we een schare kinderen achter ons aan hadden verzameld. Alle mensen kwamen uit hun huisjes en ik werd door iedereen begroet. Er heerste een soort van verwarring, men vroeg aan Ncobile wat ik in vredesnaam kwam doen. Waarom zou een ‘white person’ in een hutje willen slapen? Vond het bizar om te merken dat het voor hen echt een hele eer was en voelde me eerlijk gezegd op mn veiligst ooit in Zuid-Afrika, als er iets met mij zou gebeuren dan werd de eer van de community aangetast.

Aangekomen bij het hutje van Ncobile schrok ik wel, het was dan wel groter dan het huisje van Khethiwe, maar mogelijk nog primitiever. Soort van schuur. Raar maar waar: ik voelde me gelijk thuis.. Ncobile is een inspirerend meisje, vluchteling uit Swaziland, lach op haar gezicht en straalt enorm veel rust uit. Een compleet andere situatie dan Khethiwe hoewel haar context hetzelfde is: jong meisje, drie kinderen, een krot en geen geld.

“Come, let’s fetch water now”. Ze bond een sjaal op mijn hoofd. “ Now your head is not hurting” (…) We daalden af naar een riviertje vlakbij haar hutje. De buurjongen en haar zoontje liepen mee met elk een klein mini-emmertje. Ncobile legde uit dat de rivier een ontmoetingsplek is, in positieve en negatieve zin. Vrouwen ontmoeten elkaar bij het doen van de was maar het is voor een man ook de kans om een vrouw ongewenst te ontmoeten. Zo werd haar eerste dochter geboren.. Ncobile droeg met gemak zowel haar dochtertje op haar rug en een enorme kan met water op haar hoofd, ik liet de helft van de inhoud over mijzelf vallen.. Fijn idee dat het drinkwater dat we net gehaald hadden een soort van gerecycled toiletwater, afwaswater, waswater, douchewater was. Ik krijg hier een superimmuun systeem : )

Als diner aten we kippenvoeten, ik snap het nog niet helemaal maar beschouwde het maar als een soort van spel om de teennagels uit mijn eten te vissen en op zoek te gaan naar het weinige vlees dat een kippenvoet bevat. Onder het eten lagen we op haar bed (=matje op de grond) en hoorde ik meer over haar leven. Ze heeft een ‘boyfriend’, die nog in Swaziland woont en die ze samen met een paar anderen moet ‘delen’. Ongewenst. Omdat ze een vluchteling uit Swaziland is, ontvangt ze geen geld van de Zuid-Afrikaanse regering voor haar kinderen en moet ze doen met het weinige geld dat ze af en toe van haar boyfriend ‘Sam’ ontvangt. Ncobile is een enorm inspirerend meisje, ze deelt van het weinige dat ze heeft. Haar laatste boterhammen gaan naar een buurmeisje en met haar weinige geld koopt ze een schooluniform voor een kind bij het voedingsprogramma. Zij leert mij echt wat het betekent om te geven, niet alleen het extra dat je hebt, of kleding die je toch niet meer leuk vindt, maar het mooiste en het beste. Het principe lijkt hier te zijn, hoe armer je bent, hoe meer je geeft. De 10% regel geldt niet in Afrika.

Voordat we gingen slapen haalde Ncobile haar ‘schat’ uit een speciale doos tevoorschijn. Een theepot, twee kopjes en een melkkan. Ze straalde en zei dat ze nog nooit een vriendin op bezoek had gehad waarmee ze samen thee kon drinken. Het raakte me en dacht opeens aan thuis, waar thee drinken met vriendinnen een bijna dagelijkse activiteit was. Geniet van jullie kopje thee en vriendschap daar. Als ik weg ben zit Ncobile daar alleen met haar kinderen, elke dag hetzelfde.

Om 5:00 is het tijd om wakker te worden (althans volgens Ncobile) en ze telefoneerde met haar ‘boyfriend’. Toen hij (die dus een paar honder kilometer verderop woont) ontdekte dat ze mij te gast had, aarzelde hij geen moment en zei: “I’m taking a taxi now, I never stayed with a white person”. Toen begon het hele feest, we zouden Sam ophalen in Nelspruit en we moesten er op ons best uitzien. Afrikanen zijn of heel subtiel of juist niet: ik had een wijde rok aan, wou me een soort van aanpassen aan de cultuur en stond op het punt om te vertrekken. “Margret are you wearing that? Ok you change now”. Niet goed, blijkbaar. Het was 32 graden en moest mijn spijkerbroek aandoen… Zij op haar hoogste hakken, mooiste jurk en de hele community zwaaide ons uit.

“White person in a taxi, white person in taxi?!” De Afrikanen waren verbaasd (voor de duidelijkheid een taxi is niet wat je denkt bij een taxi, het is een wedstrijd om zoveel mogelijk mensen in een zo’n klein mogelijk busje te stoppen en de radio op z’n hardst te zetten). We gingen naar de ‘black township’ en voor deze dag was ik overal de enigste ‘white person’, werd nagestaard alsof ik naakt rondliep en heb het record in huwelijksaanzoeken verbroken. Enerzijds werd ik als een vijand beschouwd maar anderzijds ook als een vereerde gast. De eigenaar van de winkel werd erbij gehaald en zei dat hij het een hele eer vond dat een ‘white person’ eindelijk in zijn winkel kwam. “You’re not looking as the white Afrikaners because you’re smiling!” Bijzonder is ook hoeveel je met taal kan doen en op deze manier barrières kan doorbreken. Misschien een idee voor het leren van wat Marrokaans? Het spreken van drie woorden Siswati is hier het begin van een vriendschap, voelde me wel thuis daar, iedereen welkom en geen oordeel.

Terug bij haar hutje ontmoette ik Sam, die vervolgens geen woord tegen mij zei en we moesten in gescheiden ruimtes verblijven (dezelfde Sam die vier uur had gereisd om samen met een ‘white person’ in een hutje te slapen). Omdat Sam nu samen met Ncobile sliep, kreeg ik een soort van opslagschuurtje toegewezen als slaapkamer. Slapen naast een pikhouweel, kruiwagen en allerlei dronken mannen om mijn schuurtje heen. Fijn. Dit werd mijn avontuurlijkste, naarste en uiteindelijk lachwekkendste ervaring van de homestay. Het begon enorm hard te regenen en onweren zoals het alleen hier in Zuid-Afrika kan en het water stroomde van alle kanten mijn ‘slaapkamer’ naar binnen. Ik en mijn slaapzak waren doorweekt en eindigde uiteindelijk bij Ncobile, haar boyfriend en twee kinderen in één bed : )

De homestay was een bijzondere tijd voor mij, het heeft iets in mij en mijn kijk op de mensen hier en de cultuur nog meer veranderd. Hoewel ik van tevoren best bang was voor alles heb ik mij geen moment heel onrustig of in paniek gevoeld. Natuurlijk waren er een paar ongemakkelijke momenten en stiltes maar vond het geen moment vervelend om me te wassen in regenwater, te plassen in een leeg pindakaaspotje, poepen in een boterkuipje en met zn allen in éen bed/matje te slapen. Het enigste waar ik nu mee zit is wat voor mij even een ‘bijzondere ervaring’ was, de realiteit voor Khethiwe en Ncobile is. Het leven voor Khethiwe en Ncobile gaat ondertussen gewoon verder, elke dag precies hetzelfde. Een paar dagen later realiseerde ik dat het voor hen een even bijzondere ervaring was en een verdieping van onze vriendschap. Ncobile zei tegen mij: "Margret you teached me never to be afraid, even when it is raining and when druk men come", vond het wel grappig omdat het 'niet bang zijn' niet perse mijn sterkste punt is, de wonderen zijn de wereld nog niet uit: ) Fikile begroet mij nu elke keer met: “GreetieGreetie! Happy day?” Dat nummer zong ik voor haar toen ik bij haar logeerde. Daarna zit ze ruim drie kwartier bij mij op schoot en vertelt ze dat ze mee wil naar ‘het land van de computers en Engelse liedjes op de radio': )

Of ik het leven in Afrika nu beter begrijp? Begrijpen is een groot woord, eigenlijk begrijp ik alles nog minder, maar ik ben wel meer gaan houden van de Afrikaanse cultuur en mijn twee vriendinnen hier.